Aanhetwoord.com

Journalisten over hun werkwijze en ambities

May 2nd, 2007

De natte droom van iedere muziekliefhebber

Wouter Dielesen ()
Popjournalist sinds
Zaterdag naar Antwerpen om een band te interviewen. Maandag een stapel cd’s recenseren en wellicht binnenkort weer handjes schudden met een popicoon. Dat is zo ongeveer de agenda van Wouter Dielesen, popjournalist bij Oor.

amerika_september2006-103.jpgDat klinkt als een jongensdroom die is uitgekomen. En ergens klopt dat ook wel. Wouter Dielesen (26) is al vanaf de middelbare school fanatiek bezig met muziek. ‘Ik was in die tijd hardrocker en wilde alles hebben. Dan ging ik naar de bibliotheek, cd’s lenen en alles overnemen op cassettebandjes. Een soort verzameldrift.’ Maar toen Wouter na zijn VWO werd ingeloot voor de School voor Journalistiek, wilde hij gewoon journalist worden. ‘Ik vond schrijven leuk. En het trok me ook om over onderwerpen te schrijven waarover ik in eerste instantie weinig wist.’ Als hij uiteindelijk ergens terecht zou komen waar hij over muziek kon schrijven, was dat mooi meegenomen.Een juiste instelling voor zijn eerste studiejaren, zo blijkt. De eerste tijd schrijft Wouter amper over muziek. Totdat de stageplekken verdeeld worden. ‘Ik kon terecht bij Oor. Dat was in het najaar van 1998. Precies tussen een verhuizing en een restyling van het blad. Er gebeurde een heleboel op de redactie en ik kon een hoop doen.’ En dat is altijd handig als stagiaire. Wouter wordt halverwege zijn stage bij de hoofdredacteur geroepen. ‘Ze wilden dat ik na mijn stage bleef schrijven als freelancer. En er waren net twee meisjes vertrokken die de harde muziek behandelden. Dat gat vulde ik mooi op.’

Want Wouter mag zijn lange haren dan verruild hebben voor een korte coupe en een petje. ‘Ik houd nog steeds van alles wat hard is. Van punk tot black metal en alles daartussenin.’ Gemiddeld twee dagen per week zorgt Wouter voornamelijk voor de harde randjes van Oor. Hij recenseert cd’s, interviewt bandleden en bezoekt concerten van de bands die in een cd-winkel te vinden zijn bij de hoek Punk, Rock en Metal.

‘En daar ben ik elke week druk mee.’ Naast freelancer voor Oor werkt Wouter nog als freelancer voor de Slagwerkkrant en als stafredacteur bij Reload. Lange dagen die vaak al beginnen wanneer Wouter naar zijn werk gaat. ‘Ik reis vaak met de trein en in die tijd recenseer ik cd’s.’ Meer dan een discman en een kladblok heeft hij niet nodig. ‘Ik schrijf het met pen en ik tik het thuis uit.’

Waar hij precies op let bij het recenseren van een album vindt hij lastig te zeggen. ‘Een duidelijk criterium waaraan een plaat moet voldoen, bestaat niet. Het moet een bepaalde sfeer uitstralen en op een bepaalde manier origineel zijn. Op de zoveelste rip-off van de White Stripes zit niemand te wachten.’

Per maand ploffen er een heleboel nieuwe cd’s bij Wouter op de deurmat. En dat al een paar jaar lang. De collectie is inmiddels aanzienlijk en volledig op alfabet gerangschikt. ‘Voordat ik popjournalist werd, draaide ik alles uit mijn collectie iedere week wel een keer. Ik kende ieder nummer en kon alle teksten meezingen.’ Dat gebeurt nu veel minder. ‘Er komt zoveel binnen dat minder nummers echt blijven hangen.’

Maar een popjournalist doet meer dan cd’s luisteren. Er moeten artiesten geïnterviewd worden. ‘Ik heb veel van mijn helden al ontmoet, maar één interview vergeet ik nooit meer. Dat in Brussel met Lemmy van Motörhead.’ Wouter gaat wat lekkerder op zijn stoel zitten en zet zijn rode petje recht.

‘Lemmy staat erom bekend dat hij lastig te interviewen is. Eén woord als antwoord of ophouden na tien minuten, omdat hij chagrijnig is. Dat soort dingen. Een collega gaf me de tip om zo’n zeventig vragen te bedenken voor een gesprek van een half uur. En zo ben ik erop af gegaan. Het was het enige interview waarvoor ik echt nerveus was. Het was wel Lemmy. En het kon verkeerd gaan.’ Met klamme handen begon Wouter aan zijn interview.

En de hardrockende basgitarist/zanger gaf inderdaad korte antwoorden op de eerste vragen van Wouter. Totdat Wouter de al wat oudere rocker vraagt of er nog genoeg mensen om hem heen waren om de vroegere herinneringen levend te houden. ‘Hij werd kwaad. En riep dat ik jonger was dan zijn zoon, waar haalde ik het lef vandaan om zoiets te vragen? Ik liet hem doortieren en hij stond op om een glas whisky te halen. En toen kwam het. Hij vroeg of ik ook wat wilde. Ik had zijn aandacht en hij bedaarde. Hij zag dat ik niet het broekie was waarvoor hij me had aangezien. Uiteindelijk werd het een superinterview waarin ik al mijn vragen heb kunnen stellen.’

Maar soms gaat het minder goed. ‘Ik heb Robb Flynn, de zanger/gitarist van Machine Head telefonisch geïnterviewd op, ik dacht, 12 september 2001. Een dag na de aanslagen. Hij gaf nergens antwoord op, zette me in de wacht en blies vervolgens het hele interview af. Hij had totaal geen zin om te praten.’ Met sterallures heeft Wouter zelden te maken. ‘Ik heb wel een keer een halve dag in de regen staan wachten om een kwartier met Fred Durst te mogen praten. En toen gaf hij alleen algemene antwoorden.’ Wouter liet de zanger weten dat hij niet zat te wachten op een demonstratie mediatraining en kreeg uiteindelijk toch wat nuttigs uit de zanger van Limb Bizkit. Bang aangelegd is Wouter dus niet.

En ook van zenuwen heeft hij zelden last. Dichtklappen bij een beroemd persoon is hem nog nooit overkomen. ‘En bij de helden waarvan ik dacht dat ik van de zenuwen niets zou kunnen zeggen, ging het ook goed.’ Nuchterheid van Wouter, maar ook van het genre waarover hij schrijft. ‘In de mainstream heb je echt cultfiguren waar een soort mysterie omheen hangt. Zoals iemand als Mick Jagger. Bij metal en punk is dat minder.’

Mysterie of niet. Ook Wouter heeft helden die hij nog een keer wil ontmoeten. ‘Veel van de artiesten die ik bewonder, zoals de bandleden van Bad Religion, heb ik al ontmoet. Maar ik zou nog graag Ian MacKaye van Minor Threat en tegenwoordig van Fugazi een keer interviewen.’ MacKaye is naast muzikant ook medebedenker van de Straight-Edgebeweging. ‘Zelf ben ik geen aanhanger van de dingen die hij zegt, maar ik bewonder zijn muziek en intelligentie.’

Op journalistiek gebied vindt Wouter reportages schrijven het lastigst. ‘Daar zitten zowel interviews, sfeerelementen en stukken achtergrondinformatie in. Voor je het weet schiet je door met de sfeer. Ik wil een betere balans leren maken in mijn reportages.’ Een ambitie die het werk leuk houdt, zo legt Wouter uit. ‘Als je werk geen uitdaging meer is, wordt het toch saai?’

En daarvan is nu nog geen sprake. ‘Ik geniet enorm van mijn werk. Wanneer ik een pakketje cd’s krijg, ben ik zo blij als een kind en ga ik het meteen draaien.’ Ook de gratis concerten en ontmoetingen met idolen ziet Wouter niet als iets vanzelfsprekends. ‘Dat zijn de dingen die het werk leuk maken.’ Eerder legde hij uit dat de vele tijd die in een artikel zit soms niet in verhouding staat met het loon. ‘Maar de cd’s, concerten en ontmoetingen met idolen vind ik goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Ik zie het niet als werk om concerten te bezoeken of cd’s te luisteren. Het is meer zelfverrijking. Ik ben bezig met mijn eigen interesse.’ Die cd’s of concertkaartjes had hij anders zelf gekocht. Stoppen bij Oor om over andere onderwerpen schrijven is voor Wouter dus niet aan de orde. ‘Het gegeven dat ik dit werk al vijf jaar doe, zegt genoeg. Als het saai wordt, houd ik ermee op.’

De popjournalistiekbranche

Informeel

De wereld van de popmuziek is een informele. Wouter: ‘Ik tutoyeer altijd, ook de artiesten die ik interview. Op concerten en festivals kom je collega’s, artiesten en mensen van platenmaatschappijen tegen. Popjournalisten lezen elkaars stukken en iedereen weet wie wie is.’

Prijs

Iedere jaar reikt het Nationaal Pop Instituut de Pop Pers Prijs uit. Een geldprijs voor een popjournalist als waardering van zijn gehele oeuvre. Een greep uit de eerdere winnaars: Bert van de Kamp (Oor), Jip Golsteijn (de Telegraaf), Tom Engelshoven (Oor) en Gijsbert Kamer (de Volkskrant).

Eerlijk

Eerlijkheid wordt gewaardeerd. Wouter: ‘Ik zeg het gerust tegen een platenmaatschappij als ik een album helemaal niets vind. Als je dat niet doet en iedereen naar de mond praat, word je waarschijnlijk snel uitgescheten.’

Nederland

Nederland is een goed land voor een popjournalist. Wouter: ‘Vooral Amsterdam heeft een ontzettende aantrekkingskracht op artiesten. Ook de goed verzorgde kleedkamers en het enthousiaste publiek zorgen ervoor dat veel grote namen hier graag komen.’

Dit artikel is eerder verschenen in SUM.

Print This Post Print This Post




Laat een reactie achter

Journalisten aan het woord:

Kort