Mode verveelt nooit
Waarom koos je voor Textilia als stageplaats?
‘Als bijbaantje naast mijn studie journalistiek werkte ik in een kledingwinkel en mijn baas was geabonneerd op Textilia. Zo leerde ik het blad kennen. Ik was dus al bezig met mode en wilde graag stage lopen bij een modeblad. Maar uit stageverslagen van studenten die stage bij bijvoorbeeld Elle of Cosmopolitan hadden gelopen, maakte ik op dat ze daar niet echt veel vrijheid kregen. Iedereen wil immers bij die bladen werken, dus mag je achteraan aansluiten. Textilia is een vakblad en is veel minder populair. Dat kwam mij goed uit, ik kwam zo makkelijk binnen en kon meteen meedraaien. En omdat ik in een kledingzaak werkte, kwam ik met ideeën waar de redactie zelf niet aan dacht. Dat kon zowel over mode als over CAO-regelingen gaan.’
En dat beviel zo goed, dat je mocht blijven?
‘Ja, maar ik had daar helemaal niet op gerekend, hoor. Zowel op mijn middelbare school als op de School voor Journalistiek deed ik altijd braaf mijn best. Ik was daarom van plan om na mijn afstuderen een jaartje te lantefanteren. En toen belde Textilia met de vraag of ik vakredacteur jeans wilde worden. Ik was nog niet eens afgestudeerd. Ik heb er even over nagedacht en de knoop doorgehakt. Dat het een functie rondom jeans betrof, gaf de doorslag. Jeans is de meest vooruitstrevende, jonge hoek van de mode en daar voel ik me thuis.’
Uit welk onderdeel van je werk haal je de meeste voldoening?
‘De modebeurzen. Twee keer per jaar vinden de Bread & Butter beurzen plaats. Dat zijn buitenlandse beurzen waar echt iedereen uit de modewereld te vinden is. Alle nieuwe contacten en ideeën doe ik daar op. Na een Bread & Butter hebben we als redactie voor een half jaar onderwerpen. Ik ben ook verantwoordelijk voor twee jeanspecials die we jaarlijks rondom de beurs uitgeven. Daarmee begint alle voorpret. Als ik eenmaal op de beurs loop en terug zie waarover we hebben geschreven, krijg ik het gevoel dat ik in mijn werk terug krijg wat ik erin steek.’
Zelfs na twaalf keer blijft die beurs boeien?
‘Ja, absoluut. Mode verandert steeds, daar is het mode voor. Het is steeds in ontwikkeling en dus is er steeds volop nieuws. Elk seizoen is het afwachten wat er gaat gebeuren. Ik bespreek ontwikkelingen altijd met mijn trendwatcher en ik vind het steeds weer spannend om daarheen te gaan. Ik ben steeds weer benieuwd wat hij nu weer gaat zeggen. Die nieuwsgierigheid en spanning blijft. Ook na zes jaar. Maar daarvoor moet je wel echt geïnteresseerd zijn in mode. Anders ben je zo uitgekeken.’
En de lezers? Hoe zorg je ervoor dat je, los van de trends, als blad blijft verrassen?
‘Door te proberen om steeds iets origineels te bedenken. En dat kunnen best dingen zijn die andere bladen ook toepassen. De Nederlandse modewereld is net een dorp, het ons-kent-ons-gehalte is erg hoog. Ideeën als een gasthoofdredacteur of een doorgeefinterview passen prima in Textilia.’
Krijgen jullie veel reacties van lezers?
‘Ja, de mensen waarover we schrijven zijn ook onze lezers. Als er iets niet klopt, hoor je dat dus meteen. Dat maakt het werken voor een vakblad soms lastiger dan mensen denken. Maar wanneer het wel lukt om een goed idee goed uit te werken, krijgen we ook veel positieve reacties. En dat geeft dan weer een kick.’
In welke mate haal je voldoening uit het schrijven?
‘Schrijven is ook belangrijk. Dat was voor mij de reden om voor de School voor Journalistiek te kiezen. Als klein meisje maakte ik al hele tijdschriften. Maar het gaat om het totaalplaatje. Ik schrijf het liefst over onderwerpen die dicht bij mezelf staan. Zo was het ook bij mijn eerste stage bij het Leidsch Dagblad. Ik woonde in het gebied waarover ik schreef en al dat plaatselijke nieuws had direct betrekking op mij. Dingen die ik op verjaardagen hoorde, kon ik gebruiken voor de krant. De binnenstad, daarentegen, intereseerde me totaal niet. En dat terwijl de stadsredactie de meest gewilde redactie was om voor te schrijven, haha. Mode houdt me ook in mijn vrije tijd bezig en die feeling heb ik nodig om goed te kunnen werken. Het is misschien een luxe om over je eigen interesses te kunnen schrijven, maar ik heb het nodig. Alleen dan krijg ik er energie van.’
Waarin verschilt de Rosita die in 2002 bij Textilia begon van de Rosita van nu?
‘Ik weet nu natuurlijk meer over mode dan toen ik begon. Dat heeft me zekerder gemaakt. Het komt soms voor dat adverteerders boos opbellen, omdat ze het oneens zijn met iets in het blad. Vroeger kon ik daar een dag van in de war zijn. Nu trek ik het me niet meer persoonlijk aan en leg ik uit dat ze maar een advertentie moeten plaatsen als ze hun eigen verhaal in het blad willen hebben. Ik ben ook zakelijker geworden. In het begin stapte ik overal onbevangen en gezellig op af. Mijn hoofdredacteur vond dat ook mijn kracht, omdat ik zodoende makkelijker dingen los kreeg bij mensen. Maar die onbevangenheid is er een beetje af. Dat heeft vast te maken met ouder worden. Ik ben wat gereserveerder en het hoeft niet altijd gezellig te zijn. Ik vind de mensen in de modebranche heel leuk, maar ik vind het ook leuk om na een dag werken weer naar huis te gaan.’
Welke dingen heb je moeten leren toen je bij Textilia begon. En wie heeft je dit geleerd?
‘Invalshoeken verzinnen die interessant zijn voor de doelgroep. Ik moest echt leren om de vertaalslag naar de lezer te maken. Textilia is bedoeld voor mensen met kennis van mode. Een onderwerp mag dus niet te algemeen zijn. Mijn toenmalige hoofdredacteur Nancy Berendsen heeft me daarin goed gecoacht. Van haar heb ik ook geleerd om wat relaxter te doen. Vooral tijdens modebeurzen ging ik in het begin door tot ik bijna flauwviel. Ik dacht dat ik iedereen moest spreken en niets mocht missen. Nancy leerde me om zo’n beurs in perspectief te zien waardoor ik besefte dat de wereld niet vergaat als ik een keer iets oversla.’
Is je schrijfstijl ook ontwikkeld?
‘Ja, ik schrijf van mezelf best zakelijk. Dat mocht allemaal wel iets losser en dat heb ik geleerd tijdens een cursus Creatief Schrijven. Daar leerde ik dat niet elk woord in een tekst informatief hoeft te zijn. Het mag ook leuk of sfeervol zijn. Om te oefenen schreef ik berichtjes over bijzaken op mijn hyves-profiel. Het weblog dat we op onze site hadden, was voor mij ook een goede oefening om los te schrijven. Daar mocht het allemaal wat uitdagender en leuker dan in het blad. Nu ik iets losser ben gaan schrijven, let ik tijdens interviews ook meer op sfeer en bijzaken. Een pand of de manier waarop iemand met personeel omgaat, kan ook veel over een bedrijf of persoon zeggen.’
Wanneer vind jij een artikel goed?
‘Het moet vlot geschreven zijn, personen moeten tot leven komen en je moet de sfeer kunnen proeven, zonder dat dit er te dik bovenop ligt. Bij de beste artikelen zit sfeer en vaart tussen de regels. Bij een interview houd ik ervan als het een eerlijk, open en sfeervol gesprek is, zonder teveel pr-praat.’
Kleding is in jouw branche het onderwerp van gesprek. Heeft dat invloed op je eigen kledingkeuze?
‘Ja, ik denk altijd bewust over na. Op een beurs, bijvoorbeeld, moet kleding natuurlijk praktisch zijn. Maar ik zorg er ook voor dat ik me wat terughoudend kleed. De nadruk moet niet op mij liggen, het gaat immers niet om mij. En als ik iemand van bijvoorbeeld G-star interview, doe ik dat niet in een G-starbroek. Liever trek ik een broek van de concurrent aan om de geïnterviewde uit de tent te lokken. In de modewereld zien ze meteen wat je aan hebt. Die reacties zijn soms leuk voor in het verhaal.’
Hoe maak je notities tijdens het interviewen?
‘Ik heb nooit met bandjes gewerkt. Het uitwerken duurde me te lang en je moet altijd maar hopen dat je geen uur ruis hebt opgenomen. Lange tijd schreef ik mee, maar nu tik ik meteen mee op een laptop.’
Hoe is dat ontstaan?
‘Ik ben ermee begonnen tijdens het telefonisch interviewen. We werken op de redactie met headsets en dan heb je tijdens het bellen twee handen vrij. Die ben ik gaan gebruiken om meteen mee te tikken. Dat beviel zo goed, dat ik het nu ook tijdens face-to-face-gesprekken doe. Sommige geïnterviewden kijken raar op als ik mijn laptop openklap, maar het werkt uitstekend. Ik heb mijn aantekeningen meteen digitaal en kan het zo heel snel uitwerken. Een interview waar collega’s een halve dag over doen, omdat ze het hele gesprek moeten afluisteren, heb ik in anderhalf uur af.’
Laat je je artikelen voor publicatie aan geïnterviewden lezen?
‘Ja, zeker als ze erom vragen en tegenwoordig gebeurt dan bijna standaard. Ik zeg er altijd bij dat ze alleen op feitelijke onjuistheden mogen reageren. Soms krijg ik dan alsnog compleet herschreven artikelen terug, maar dan mail ik gewoon terug dat ik de wijzigingen niet kan vinden. Het is een spelletje en waarbij je soms een compromis sluit. Maar uiteindelijk ben en blijf ik de journalist.’
Waar zien we je over vijf jaar? Rosita van der Kwaak, hoofdredacteur Textilia?
‘Nee, het hoofdredacteurschap trekt mij niet zo. Het lijkt me niet echt leuk om bezig te zijn met de financiën en het managen van een blad. En ik ben sinds kort moeder waardoor ik niet meer dan vier dagen per week wil werken. Als hoofdredacteur kan dat eigenlijk niet. Wat ik dan over vijf jaar doe? Ik weet ik niet precies. Misschien werk ik nog bij Textilia. Misschien ben ik wel freelancer voor verschillende bladen. Columnist lijkt me ook leuk en ik zou ook een boek willen schrijven. En ik geloof erg dat online journalistiek de toekomst heeft, dus het kan ook zijn dat ik daar in verder ga. Ik zie wel.’Site: www.textilia.nl
Print This Post
