Aanhetwoord.com

Journalisten over hun werkwijze en ambities

August 31st, 2009

Gewoon doen!

Nico Haasbroek (1943)
Allround journalist sinds 1966
Via zijn criminele buurjongen rolde hij in 1966 de journalistiek in. Daarna heeft Nico Haasbroek zo’n beetje met alle facetten van het vak te maken gehad. Van correspondent in New York en Bonn tot hoofdredacteur bij de NOS. Journalist Haasbroek heeft het op zijn lange CV staan. ‘Ik wil in het harnas sterven.’

nico-haasbroek-klein.jpgWat heeft u deze week gedaan?
‘Ik ben een roman aan het schrijven en ben daar vooral druk mee geweest. De roman gaat erover hoe je van het leven een feest kunt maken. En dat is alles wat ik erover wil verklappen. Verder ben ik onlangs druk geweest in Groningen waar ik voor het Noord Nederlands Toneel een journalistieke theatertalkshow verzorgde. En ik ben een paar weken geleden in Barcelona en Istanbul geweest. Ik heb daar o.a. aan mijn boek gewerkt en heb er cursussen gegeven aan buitenlandse journalisten.’

U bent inmiddels 65. Waarom bent u nog zo druk?
‘Omdat ik het nog steeds hartstikke leuk vind om te werken. Ik ben absoluut niet van plan om met pensioen te gaan. Ik wil in het harnas sterven, doodvallen op mijn laptop, dat lijkt me mooi. Twee jaar geleden ben ik bijna neergestort met een vliegtuig. Ik was op weg naar de Kaukasus en in de buurt van Georgië kreeg ons vliegtuig problemen. Ik was totaal relaxed onder die dreigende situatie. Het leek me namelijk een mooi eind; Haasbroek neergestort op weg naar Kaukasus.’‘Het past bij mijn idee van journalistiek. Ik vind journalistiek iets wat je van nature in je moet hebben. De beste journalisten hebben een mooi verhaal over hoe ze het vak zijn ingerold. Het plaatje klopt. Een twijfelende student die bij gebrek aan beter voor een studie journalistiek heeft gekozen, is geen echte journalist.’

Uw loopbaan begint ook met een mooi verhaal?
‘Ja, ik ben het vak ingerold via de misdaad. Mijn buurjongen was een grote crimineel, maar ook een briljante jongen die voor Het Parool schreef. Ik trok veel met hem op. Via hem kon ik aan de slag bij de krant. Dat was in 1966. De School voor Journalistiek bestond nog niet, ik ben dus een autodidact. En ik leer nog steeds.’

Wat heeft u onlangs nog geleerd?
‘Dat je journalistiek ook goed vanuit een andere context kunt bedrijven. Daar kwam ik o.a. achter na het lezen van Rob Wijnbergs boek Nietzsche en Kant lezen de krant. Daarin bekijkt Wijnberg de journalistiek vanuit de ogen van filosofen. Dat was een eyeopener voor mij. Ik ontdekte door dat boek dat je met totaal andere verhalen thuis kunt komen wanneer je dingen bewust niet als journalist benadert. Deels had ik dat zelf ook al ondervonden. Zo heb ik een tijd een café gehad, Club Math. De meeste gasten in Club Math wisten niet dat ik ook journalist ben. Ze vertelden me de mooiste verhalen. Dat hadden ze nooit gedaan als ze op de hoogte waren geweest van mijn achtergrond.’

Maar hoe kun je die informatie vervolgens toch als journalist gebruiken zonder iemands vertrouwen te schaden?
‘Dat hangt helemaal af van de manier waarop je het vervolgens opschrijft. Je kunt natuurlijk namen veranderen, maar je kunt het ook gewoon netjes vragen aan de mensen waarover je wilt schrijven. Daar is altijd wel een mouw aan te passen. Het gaat erom dat je elke situatie waarin je belandt kunt beschouwen als research. Later kun je dan bepalen wat je ermee wilt doen.’nico-haasbroek-groot.jpg

U geeft ook les aan de Universiteit van Amsterdam. Wat leert u uw studenten?
‘Onder andere dat de verhalen op straat liggen. Ik geef ze bijvoorbeeld de opdracht om nieuwsbeelden te maken met hun mobiele telefoon. Ze krijgen een uur om met nieuwswaardige beelden terug te komen. En wie niet gelooft dat dit kan, mag met mij mee. Dan laat ik zien dat je vanzelf verhalen tegenkomt, als je goed om je heen kijkt en met mensen praat.’

Hoe kiest u, als er zoveel verhalen voor het oprapen liggen, het verhaal waarover u wilt schrijven?
‘Ik ga daar heel speels mee om. En dan komen er vanzelf dingen op mijn pad die ik zo leuk vind dat ik er iets mee wil doen. Zo heb ik een invalide vriend die erg gelovig is. Hij wilde met mij naar Lourdes om mij daar te bekeren. Op zo’n moment zie ik meteen een goed verhaal ontstaan: invalide gelovige wil ongelovige vriend bekeren in Lourdes. Ik heb het NRC Handelsblad gemaild met, heel kort, de vraag of ze een verslag van die reis wilden. En dat wilden ze. Niet omdat ik Nico Haasbroek ben en enigszins bekend, zoals een student van me veronderstelde, maar omdat het een goed verhaal is. Kort geleden stond het verhaal in de krant. Undercover Pelgrim heette het.’

En van dat soort verhalen kunt u leven?
‘Ik heb er volgens mij een boekenbon voor gekregen. En dat vind ik prima. Kijk, van zulke klussen alleen kun je niet bestaan. Het gaat erom dat je bezig bent en blijft. Zo word je gezien en ontstaan vanzelf nieuwe kansen. Zo werd ik naar aanleiding van Undercover Pelgrim door televisieprogramma’s benaderd. Ze vroegen of ik meer over mijn reis wilde komen vertellen. En van daaruit kun je weer gevraagd worden als spreker voor een congres waarvoor je € 5000,- betaald krijgt. Dat zeg ik niet om op te scheppen, maar om aan te geven hoe zo’n mechanisme werkt. Het een leidt tot het ander.’‘Via exposure ontstaan de gekste dingen. Zorg dus voor voldoende exposure. Dan zul je zien dat je vanzelf kansen krijgt. In het verlengde daarvan kun je ook kansen creëren. Begin een briefwisseling met een gedetineerde of vraag elk jaar een visum aan voor een land dat nu geen visa uitgeeft. Op een dag kan de situatie opeens veranderen waardoor jij als eerste bij een goed verhaal kunt zijn. Je moet dingen heel simpel maken en dan gewoon doen.’

U was van 1997 tot 2002 hoofdredacteur bij de NOS. Na vijf jaar bent u met onenigheid opgestapt. Welke les heeft u uit die periode getrokken?
‘Hoe moeilijk het is om een grote organisatie permanent tot goede prestaties aan te zetten. Daarover is allemaal managementliteratuur geschreven, hoor. Dat zijn gewoon processen. Mensen willen altijd dat je het anders doet dan je voorganger. In de beginjaren krijg je een kans. Daarna hebben ze het door, beginnen ze het irritant te vinden en gaan ze tegenwerken. Maar dat wist ik niet toen ik eraan begon.’

U bent bij de NOS vertrokken vanwege een ‘verschil van taakopvatting binnen de hoofdredactie’, zo luidde destijds het persbericht. Overschaduwt deze periode en uw vroegtijdige vertrek de rest van uw veelzijdige CV? Eens hoofdredacteur NOS, altijd hoofdredacteur NOS?
‘Nee. Daar moet je de betrekkelijkheid van in kunnen zien. Ik ben bezig met omroepen in andere landen en dat kan ik doen vanwege mijn ervaringen bij de NOS. Het strekt veel verder dan je denkt. Ik doe veel met wat ik bij de NOS geleerd heb, maar niet alles is even zichtbaar. Dat geeft niet. Als ik iemand op een of andere manier inspireer of enthousiasmeer met de dingen die ik zeg, schrijf of doe, heb ik mijn doel bereikt.’

Print This Post Print This Post




Laat een reactie achter

Journalisten aan het woord:

Kort