<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!-- generator="wordpress/2.2.1" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>aanhetwoord.com</title>
	<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek</link>
	<description>Journalisten over hun werkwijze en ambities</description>
	<pubDate>Mon, 25 Oct 2010 18:28:11 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.2.1</generator>
	<language>en</language>
			<item>
		<title>David Bernstein</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/10/15/david-bernstein-senior-editor-bij-chicago-magazine/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/10/15/david-bernstein-senior-editor-bij-chicago-magazine/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 15 Oct 2010 10:24:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/10/15/david-bernstein-senior-editor-bij-chicago-magazine/</guid>
		<description><![CDATA[David Bernstein is senior editor bij Chicago Magazine, het maandelijkse uitgaansblad van Chicago. Aanhetwoord ontmoette hem bij de Tribune Tower waarin Chicago Magazine is gevestigd. 
‘Zonder pitch heb je geen verhaal. Regelmatig krijg ik mensen aan de lijn die me laten weten ‘iets over het openbaar vervoer of iets over onze burgemeester te willen schrijven.’ Ik antwoord doorgaans met ‘Ja, en? [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="font-family: Baskerville"><span style="font-family: Georgia, 'Times New Roman', Times, serif; font-weight: normal" class="Apple-style-span"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/10/aanhetwoord_bernstein1.jpg" style="display: none" title="aanhetwoord_bernstein1.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/10/aanhetwoord_bernstein1.jpg" alt="aanhetwoord_bernstein1.jpg" /></a></span>David Bernstein is senior editor bij Chicago Magazine, </span></strong><strong><span style="font-family: Baskerville">het maandelijkse </span></strong><strong><span style="font-family: Baskerville">uitgaansblad van Chicago.</span></strong><span class="Apple-style-span" style="font-family: Baskerville"><strong> Aanhetwoord ontmoette hem bij de Tribune Tower waarin Chicago Magazine is gevestigd. </strong></span>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville">‘Zonder pitch heb je geen verhaal. </span></strong><span style="font-family: Baskerville">Regelmatig<strong> </strong>krijg ik men</span><span class="Apple-style-span" style="font-family: Baskerville">sen aan de lijn die me laten weten ‘iets over het openbaar vervoer of iets over onze burgemeester te willen schrijven.’ Ik antwoord doorgaans met ‘Ja, en? What about it?’ Als je niet kort en bondi</span><span class="Apple-style-span" style="font-family: Baskerville">g kunt uitleggen wat je precies wilt schrijven, heb je geen goed verhaal. Een strakke pitch, daarentegen, waarmee je je idee promoot, opent deuren. Zelfs als je weinig ervaring hebt, kan een goed idee je werk opleveren. Een krant of tijdschrift is niet geïnteresseerd in ervaring, maar in goede ideeën. Zorg er dus voor dat je idee overkomt.’</span></p>
<p><span id="more-113"></span>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/10/aanhetwoord_bernstein2.jpg" align="left" hspace="15" vspace="15" title="aanhetwoord_bernstein2.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/10/aanhetwoord_bernstein2.jpg" alt="aanhetwoord_bernstein2.jpg" vspace="15" hspace="15" align="left" /></a> <strong><span style="font-family: Baskerville">‘Verhaaideeën zijn de brandstof voor de journalistiek. </span></strong><span class="Apple-style-span" style="font-family: Baskerville">Ik houd mijn ogen en oren altijd open, goede ideeën kom je immers overal tegen. Zo merkte ik onlangs op dat mijn vrienden geen gewone kinderliedjes voor hun kinderen draaien, maar uitw</span><span class="Apple-style-span" style="font-family: Baskerville">ijken naar professionele muzikanten die speciale kinderalbums maken. Dat was nieuw voor me en daar ben ik achteraan gegaan. Ik ontdekte ik een hele scene. Artiesten blijken door het hele land te touren om voor kinderen op te treden. Een mooi verhaal voor ons blad.&#8217;</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville">‘Een artikel draait om de Nut Graf</span></strong><span style="font-family: Baskerville">. Zo heet in Am</span><span style="font-family: Baskerville">erika<span> </span>de alinea waarin de lezer antwoord krijgt op de vraag ‘So What?’. Je kunt een artikel beginnen met twee alinea’s sfeer, maar daarna moet je ter zake komen en uitleggen waarom dit verhaal interessant is voor de lezer. Als ik tijdens het schrijven merk dat mijn verhaal wankelt, keer ik terug naar de </span><span style="font-family: Baskerville" class="Apple-style-span">Nut Graf. Het dient als een vuurtoren waarop ik mijn koers bepaal.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville">&#8216;Een goed verhaalidee voldoet aan de drie t’s</span></strong><span style="font-family: Baskerville">. Het is 1. Timely (waarom moet ik dit nú lezen? 2. To the Point. En 3. Tells me something new.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville"><span class="Apple-style-span" style="font-family: Georgia, 'Times New Roman', Times, serif; font-weight: normal">&#8216;</span>Soms is de invalshoek het idee.</span></strong><span style="font-family: Baskerville"> Op paaszondag 2003 zat de </span><span style="font-family: Baskerville">7-jarige Ashlee Poole op de stoep van haar huis toen ze werd geraakt door een kogel. Een vreselijk verhaal, maar hoe breng je dit als journalist wanneer het harde nieuws al bekend is? Je kan met buurtbewoners gaan praten, of met de politie. Maar ik bedacht iets anders: ik wilde weten hoe het geweer waarmee richting haar werd geschoten in Chicago was beland. Dat werd mijn invalshoek, mijn artikel bestond vervolgens uit de speurtocht naar de herkomst van het wapen: nummer</span><span style="font-family: Baskerville; color: black"> G20467.’ <a href="http://www.chicagomag.com/Chicago-Magazine/June-2004/Biography-of-a-Gun/" target="_blank">Lees hier het verhaal.</a> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville">‘Schrijven blijft lastig</span></strong><span style="font-family: Baskerville">. Zelfs als je het jaren doet. Er zijn mensen die geen enkele moeite met schrijven zeggen te hebben. Dat is fijn voor hen. Voor mij blijft het spannend wanneer ik op Send druk en daarmee mijn artikel naar mijn eindredacteur stuur.’<o:p></o:p></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville">‘Mijn begeleider lachtte me uit</span></strong><span style="font-family: Baskerville"> toen ik tijdens mijn stage bij The New York Times vroeg of mijn artikelen ook gepubliceerd werden. Een maand later stond mijn eerste verhaal in de krant. Geluk? Dat geloof ik niet. Volgens mij is het een kwestie van vragen en doen. Doordat ik had aangegeven dat ik de krant wilde halen, stond de deur op een kier. </span><span style="font-family: Baskerville" class="Apple-style-span">Toen zich vervolgens ee</span><span style="font-family: Baskerville" class="Apple-style-span">n mogelijkheid aandiende, was de eerste stap gezet en volgde het een uit het ander.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin-bottom: 0.0001pt"><strong><span style="font-family: Baskerville"><span class="Apple-style-span" style="font-weight: normal">&#8216;</span>Boeken die mij op weg hebben geholpen als journalist zijn</span></strong><span style="font-family: Baskerville"> <a href="http://www.newnewjournalism.com/" target="_blank">The New New Journalism </a>van Robert S. Boyton en </span><span style="font-family: Baskerville"><a href="http://www.amazon.com/Follow-Story-Write-Successful-Nonfiction/dp/0684850672" target="_blank">Follow the Story</a> van James B. Stewart. Daarbij ben ik een liefhebber van de <a href="http://www.thisamericanlife.org/" target="_blank">This American Life</a>, een populair wekelijks radioprogramma in Amerika. Ira Glass, Host en Executive Producer van het programma, <span> </span>legt op youtube <a href="http://www.youtube.com/watch?v=loxJ3FtCJJA" target="_blank">zijn kneepjes van het vak</a> uit</span><span style="font-family: Baskerville">.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin-bottom: 0.0001pt"><span style="font-family: Baskerville" class="Apple-style-span"><a href="http://www.chicagomag.com" target="_blank">www.chicagomag.com</a></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/10/15/david-bernstein-senior-editor-bij-chicago-magazine/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>What goes around, comes around</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/01/27/what-goes-around-comes-around/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/01/27/what-goes-around-comes-around/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 27 Jan 2010 15:10:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/01/27/what-goes-around-comes-around/</guid>
		<description><![CDATA[In 2000 verkocht je je succesvolle computerbedrijf. En toen?
‘Toen heb ik een sabbatical genomen waarin ik een roman hoopte te schrijven. Dat was geen succes, maar ik had inmiddels ook contact met Real Business (blad en site voor Britse entrepreneurs). Ik ben gek op gadgets. Toen ik mijn bedrijf nog had, schreef ik ze in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p align="left"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/aanhetwoordmatthewstibbe1.jpg" style="display: none" title="aanhetwoordmatthewstibbe1.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/aanhetwoordmatthewstibbe1.jpg" alt="aanhetwoordmatthewstibbe1.jpg" height="306" width="231" /></a><strong>In 2000 verkocht je je succesvolle computerbedrijf. En toen?</strong><br />
‘Toen heb ik een sabbatical genomen waarin ik een roman hoopte te schrijven. Dat was geen succes, maar ik had inmiddels ook contact met <em>Real Business</em> (blad en site voor Britse entrepreneurs). Ik ben gek op gadgets. Toen ik mijn bedrijf nog had, schreef ik ze in een open sollicitatie dat ik graag gratis gadget-recencies voor ze wilde schrijven. Dat vonden ze interessant en zo was het eerste contact gelegd. Nadat ik mijn bedrijf had verkocht, kreeg ik van de eindredacteur de kans om grotere verhalen te maken. Zo ben ik begonnen als freelance journalist.’<span id="more-108"></span></p>
<p align="left"><strong>Hoe heb je leren schrijven?<br />
</strong>‘Door naar artikelen te kijken die ik goed vond. Voordat ik begreep hoe je een artikel schrijft, kon ik wel aanwijzen welke verhalen ik goed vond. Maar ik kon niet uitleggen waarom ik het ene beter vond dan het andere. Om daarachter te komen heb ik vele pagina’s uit <em>Wired </em>en <em>The New Yorker </em>uitgeplozen. Wat doen ze? Hoe bouwen ze een tekst op? Hoe eindigen ze? Ik leerde de technieken achter een goed artikel begrijpen en dat heeft me erg geholpen.</p>
<p align="left">Daarnaast ik heb leren schrijven door het veel te doen. Mijn weblog is daarvoor een goede stok achter de deur. Het dwingt me om regelmatig te schrijven. Ook als ik even minder werk heb.’</p>
<p align="left"><strong>Je hebt zelf ook voor <em>Wired</em> geschreven. Hoe heb je daar hun een voet tussen de deur gekregen?</strong><br />
‘Door de eindredacteur op een lunch te trakteren. Tijdens mijn sabbatical verbleef ik een periode in San Fransisco. En daar zit de redactie van <em>Wired</em>. Ik besloot die kans te benutten door contact met de redactie te zoeken. Kort daarna had ik mijn eerste klus te pakken. Het blad is erg bekend in de technische industrie waarvoor ik veel schrijf. Het is dan mooi om een paar Wiredverhalen op je naam te hebben staan.’</p>
<p align="left"><strong>Voor <em>PC Pilot </em>schreef je een artikel over je ervaringen in de Space Shuttle Simulator van Nasa. Hoe heb je dat weten te regelen?<br />
</strong>‘Ik ben piloot en wilde dolgraag een keer in de Space Shuttle Simulator van Nasa vliegen en daar een verhaal over schrijven. Toen ik Nasa daarover benaderde, antwoordde ze dat ik alleen welkom was met een concrete opdracht van een tijdschrift. Vervolgens ben ik als een gek met bladen gaan bellen. <em>PC Pilot </em>toonde interesse en een paar dagen later vloog ik op eigen kosten naar Houston om daar in de Space Shuttle Simulator te vliegen. Precies wat ik wilde. Dat het me veel meer geld kostte dan het uiteindelijke artikel me zou opleveren, was onbelangrijk. Ik geloof dat wanneer je doet wat je graag wilt, het vroeg of laat geld oplevert.’</p>
<p align="left"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/matthew_low_sat_16.jpg" title="aanhetwoord_matthewstibbe2.jpg"></a></p>
<p style="text-align: center"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/matthew_low_sat_16.jpg" title="aanhetwoord_matthewstibbe2.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/matthew_low_sat_16.jpg" title="aanhetwoord_matthewstibbe2.jpg" alt="aanhetwoord_matthewstibbe2.jpg" border="0" height="380" hspace="5" vspace="5" width="531" /></a></p>
<p align="left"><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2010/01/matthew_low_sat_16.jpg" title="aanhetwoord_matthewstibbe2.jpg"></a><strong>Welke keuzes hebben je in je carrière het meest geholpen?</strong><br />
‘Financieel gezien de beslissing om niet over, maar voor bedrijven te schrijven. Als tekstschrijver en bedrijfsjournalist verdien ik soms vier keer meer dan ik deed als freelance journalist terwijl ik, in mijn ogen, precies hetzelfde werk doe. Namelijk interviewen, researchen en helder schrijven.</p>
<p align="left">Een tweede beslissing is het vinden van een testlezer. Ik schrijf sneller nu ik weet dat mijn teksten kritisch door een ander worden nagekeken, voordat ik ze bij mijn opdrachtgever inlever. Jezelf al tijdens het schrijven corrigeren is namelijk killing voor je productiviteit. Een testlezer, die je makkelijk via Google kunt vinden, moet je ook betalen, maar het betaalt zich absoluut terug. Ik ben nu drie keer zo productief.</p>
<p align="left">Wat me ook geholpen heeft, is het stopzetten van samenwerkingen waarbij ik me niet prettig voelde. Dat is een paar keer gebeurd en was zeker de eerste keer even slikken. Maar uiteindelijk heeft het me elke keer meer werk opgeleverd. Door een grens te trekken, laat je aan jezelf en anderen zien waarvoor je staat. Dat geeft zelfvertrouwen. Als je jezelf bent, ben je, denk ik, op je sterkst.’</p>
<p align="left"><strong>Hoe schrijf je? </strong><br />
‘Op mijn werkkamer staan twee gigantische beeldschermen. En die kan ik iedereen aanraden. Op het ene beeldscherm staan mijn aantekeningen, op de andere de tekst waaraan ik werk. Zo houd ik prachtig het overzicht. Als ik me moeilijk kan concentreren, zet ik een Noise Reduction koptelefoon op. Zonder muziek, haha. De koptelefoon zorgt ervoor dat ik geen omgevingsgeluiden hoor waardoor ik me beter kan concentreren.</p>
<p align="left">Tijdens het schrijven sla ik meerdere versies van een tekst apart op. Zo kan ik makkelijk terugbladeren om te zien wat ik veranderd heb. Dat komt goed van pas als ik een verkeerde weg ben ingeslagen. De testlezer waarover ik vertelde, geeft me veel rust. Ik schrijf wat ik wil en maak me niet druk om foutjes. Schrijven en herschrijven blijven gescheiden en dat werkt bijzonder prettig.’</p>
<p align="left"><strong>Hoe kom je aan voldoende werk? </strong><br />
‘Veel gaat via via, maar mijn weblog <a href="http://www.badlanguage.net/" target="_blank">www.badlanguage.net </a>heeft me ook geholpen. In januari 2006 besloot ik een weblog op te zetten met daarop mijn ideeën, ervaringen en tips als freelance tekstschrijver/journalist. Het was vooral een marketing oefening. En het bleek aan te slaan. Mijn post ‘<a href="http://www.badlanguage.net/how-i-trained-myself-to-get-up-earlier-in-the-morning" target="_blank">How I trained myself to get up earlier in the morning</a>’ werd in de eerste maand door 50.000 mensen gelezen.</p>
<p align="left">Aansluitend bij mijn weblog besloot ik gratis seminars te geven. Ik leg daarin uit hoe je als bedrijf succesvoller kunt omgaan met teksten. Tijdens mijn presentatie laat ik zien hoe ik werk. Bedrijven die daar enthousiast van worden, vragen regelmatig of ik voor ze wil schrijven. De seminars leveren me op die manier altijd werk op.</p>
<p align="left">Ik geloof dat wanneer je iets goeds weggeeft, je vanzelf iets waardevols terugkrijgt. Mijn onlangs geschreven boek <em>30 Days to Better Business Writing </em>bied ik daarom ook kosteloos aan op mijn weblog. Zo hoop ik zoveel mogelijk mensen te bereiken. Wat er vervolgens uit voort komt, merk ik vanzelf. Ik vertrouw erop dat het iets goeds is.’</p>
<p align="left">&nbsp;</p>
<p align="left"><em>Matthew Stibbe is o.a. hoofdredacteur van tekstbureau Articulate Marketing en redacteur voor Golf Hotel Whiskey, een gratis online magazine voor piloten.</em></p>
<p align="left"><em>Matthews blog Bad Language:<br />
<a href="http://www.badlanguage.net" target="_blank">http://www.badlanguage.net</a></em></p>
<p align="left"><em>30 Days to Better Business Writing kun je hier lezen:<br />
<a href="http://www.badlanguage.net/ebook" target="_blank">http://www.badlanguage.net/ebook</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2010/01/27/what-goes-around-comes-around/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Gewoon doen!</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/08/31/gewoon-doen/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/08/31/gewoon-doen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Aug 2009 13:35:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/08/31/gewoon-doen/</guid>
		<description><![CDATA[Wat heeft u deze week gedaan?
‘Ik ben een roman aan het schrijven en ben daar vooral druk mee geweest. De roman gaat erover hoe je van het leven een feest kunt maken. En dat is alles wat ik erover wil verklappen. Verder ben ik onlangs druk geweest in Groningen waar ik voor het Noord Nederlands [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/nico-haasbroek-klein.jpg" title="nico-haasbroek-klein.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/nico-haasbroek-klein.jpg" style="display: none" alt="nico-haasbroek-klein.jpg" /></a><strong>Wat heeft u deze week gedaan?<br />
</strong>‘Ik ben een roman aan het schrijven en ben daar vooral druk mee geweest. De roman gaat erover hoe je van het leven een feest kunt maken. En dat is alles wat ik erover wil verklappen. Verder ben ik onlangs druk geweest in Groningen waar ik voor het Noord Nederlands Toneel een journalistieke theatertalkshow verzorgde. En ik ben een paar weken geleden in Barcelona en Istanbul geweest. Ik heb daar o.a. aan mijn boek gewerkt en heb er cursussen gegeven aan buitenlandse journalisten.’</p>
<p><span id="more-94"></span><strong>U bent inmiddels 65. Waarom bent u nog zo druk?</strong><br />
‘Omdat ik het nog steeds hartstikke leuk vind om te werken. Ik ben absoluut niet van plan om met pensioen te gaan. Ik wil in het harnas sterven, doodvallen op mijn laptop, dat lijkt me mooi. Twee jaar geleden ben ik bijna neergestort met een vliegtuig. Ik was op weg naar de Kaukasus en in de buurt van Georgië kreeg ons vliegtuig problemen. Ik was totaal relaxed onder die dreigende situatie. Het leek me namelijk een mooi eind; Haasbroek neergestort op weg naar Kaukasus.’‘Het past bij mijn idee van journalistiek. Ik vind journalistiek iets wat je van nature in je moet hebben. De beste journalisten hebben een mooi verhaal over hoe ze het vak zijn ingerold. Het plaatje klopt. Een twijfelende student die bij gebrek aan beter voor een studie journalistiek heeft gekozen, is geen echte journalist.’</p>
<p><strong>Uw loopbaan begint ook met een mooi verhaal?</strong><br />
‘Ja, ik ben het vak ingerold via de misdaad. Mijn buurjongen was een grote crimineel, maar ook een briljante jongen die voor Het Parool schreef. Ik trok veel met hem op. Via hem kon ik aan de slag bij de krant. Dat was in 1966. De School voor Journalistiek bestond nog niet, ik ben dus een autodidact. En ik leer nog steeds.’</p>
<p><strong>Wat heeft u onlangs nog geleerd?</strong><br />
‘Dat je journalistiek ook goed vanuit een andere context kunt bedrijven. Daar kwam ik o.a. achter na het lezen van Rob Wijnbergs boek <em>Nietzsche en Kant lezen de krant</em>. Daarin bekijkt Wijnberg de journalistiek vanuit de ogen van filosofen. Dat was een eyeopener voor mij. Ik ontdekte door dat boek dat je met totaal andere verhalen thuis kunt komen wanneer je dingen bewust niet als journalist benadert. Deels had ik dat zelf ook al ondervonden. Zo heb ik een tijd een café gehad, Club Math. De meeste gasten in Club Math wisten niet dat ik ook journalist ben. Ze vertelden me de mooiste verhalen. Dat hadden ze nooit gedaan als ze op de hoogte waren geweest van mijn achtergrond.’<strong></p>
<p>Maar hoe kun je die informatie vervolgens toch als journalist gebruiken zonder iemands vertrouwen te schaden?</strong><br />
‘Dat hangt helemaal af van de manier waarop je het vervolgens opschrijft. Je kunt natuurlijk namen veranderen, maar je kunt het ook gewoon netjes vragen aan de mensen waarover je wilt schrijven. Daar is altijd wel een mouw aan te passen. Het gaat erom dat je elke situatie waarin je belandt kunt beschouwen als research. Later kun je dan bepalen wat je ermee wilt doen.’<a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/nico-haasbroek-groot.jpg" title="nico-haasbroek-groot.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/nico-haasbroek-groot.jpg" title="nico-haasbroek-groot.jpg" alt="nico-haasbroek-groot.jpg" border="0" /></a><strong></p>
<p>U geeft ook les aan de Universiteit van Amsterdam. Wat leert u uw studenten?</strong><br />
‘Onder andere dat de verhalen op straat liggen. Ik geef ze bijvoorbeeld de opdracht om nieuwsbeelden te maken met hun mobiele telefoon. Ze krijgen een uur om met nieuwswaardige beelden terug te komen. En wie niet gelooft dat dit kan, mag met mij mee. Dan laat ik zien dat je vanzelf verhalen tegenkomt, als je goed om je heen kijkt en met mensen praat.’</p>
<p><strong>Hoe kiest u, als er zoveel verhalen voor het oprapen liggen,  het verhaal waarover u wilt schrijven?</strong><br />
‘Ik ga daar heel speels mee om. En dan komen er vanzelf dingen op mijn pad die ik zo leuk vind dat ik er iets mee wil doen. Zo heb ik een invalide vriend die erg gelovig is. Hij wilde met mij naar Lourdes om mij daar te bekeren. Op zo’n moment zie ik meteen een goed verhaal ontstaan: invalide gelovige wil ongelovige vriend bekeren in Lourdes. Ik heb het NRC Handelsblad gemaild met, heel kort, de vraag of ze een verslag van die reis wilden. En dat wilden ze. Niet omdat ik Nico Haasbroek ben en enigszins bekend, zoals een student van me veronderstelde, maar omdat het een goed verhaal is. Kort geleden stond het verhaal in de krant. <em>Undercover Pelgrim</em> heette het.’<strong></p>
<p>En van dat soort verhalen kunt u leven?<br />
</strong>‘Ik heb er volgens mij een boekenbon voor gekregen. En dat vind ik prima. Kijk, van zulke klussen alleen kun je niet bestaan. Het gaat erom dat je bezig bent en blijft. Zo word je gezien en ontstaan vanzelf nieuwe kansen. Zo werd ik naar aanleiding van <em>Undercover Pelgrim </em>door televisieprogramma’s benaderd. Ze vroegen of ik meer over mijn reis wilde komen vertellen. En van daaruit kun je weer gevraagd worden als spreker voor een congres waarvoor je € 5000,- betaald krijgt. Dat zeg ik niet om op te scheppen, maar om aan te geven hoe zo’n mechanisme werkt. Het een leidt tot het ander.’‘Via exposure ontstaan de gekste dingen. Zorg dus voor voldoende exposure. Dan zul je zien dat je vanzelf kansen krijgt. In het verlengde daarvan kun je ook kansen creëren. Begin een briefwisseling met een gedetineerde of vraag elk jaar een visum aan voor een land dat nu geen visa uitgeeft. Op een dag kan de situatie opeens veranderen waardoor jij als eerste bij een goed verhaal kunt zijn. Je moet dingen heel simpel maken en dan gewoon doen.’<strong></p>
<p>U was van 1997 tot 2002 hoofdredacteur bij de NOS. Na vijf jaar bent u met  onenigheid opgestapt. Welke les heeft u uit die periode getrokken?<br />
</strong>‘Hoe moeilijk het is om een grote organisatie permanent tot goede prestaties aan te zetten. Daarover is allemaal managementliteratuur geschreven, hoor. Dat zijn gewoon processen. Mensen willen altijd dat je het anders doet dan je voorganger. In de beginjaren krijg je een kans. Daarna hebben ze het door, beginnen ze het irritant te vinden en gaan ze tegenwerken. Maar dat wist ik niet toen ik eraan begon.’<strong></p>
<p>U bent bij de NOS vertrokken vanwege een<em> ‘verschil van taakopvatting binnen de hoofdredactie’</em>, zo luidde destijds het persbericht. Overschaduwt deze periode en uw vroegtijdige vertrek de rest van uw veelzijdige CV? Eens hoofdredacteur NOS, altijd hoofdredacteur NOS?</strong><br />
‘Nee. Daar moet je de betrekkelijkheid van in kunnen zien. Ik ben bezig met omroepen in andere landen en dat kan ik doen vanwege mijn ervaringen bij de NOS. Het strekt veel verder dan je denkt. Ik doe veel met wat ik bij de NOS geleerd heb, maar niet alles is even zichtbaar. Dat geeft niet. Als ik iemand op een of andere manier inspireer of enthousiasmeer met de dingen die ik zeg, schrijf of doe, heb ik mijn doel bereikt.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/08/31/gewoon-doen/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Mode verveelt nooit</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/spijkerbroeken-blijven-spannend/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/spijkerbroeken-blijven-spannend/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Apr 2009 16:28:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/spijkerbroeken-blijven-spannend/</guid>
		<description><![CDATA[Waarom koos je voor Textilia als stageplaats?
‘Als bijbaantje naast mijn studie journalistiek werkte ik in een kledingwinkel en mijn baas was geabonneerd op Textilia. Zo leerde ik het blad kennen. Ik was dus al bezig met mode en wilde graag stage lopen bij een modeblad. Maar uit stageverslagen van studenten die stage bij bijvoorbeeld Elle [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/rositavanderkwaak_1.jpg" title="rositavanderkwaak_1.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/rositavanderkwaak_1.jpg" style="display: none" alt="rositavanderkwaak_1.jpg" /></a><strong>Waarom koos je voor Textilia als stageplaats?</strong><br />
‘Als bijbaantje naast mijn studie journalistiek werkte ik in een kledingwinkel en mijn baas was geabonneerd op Textilia. Zo leerde ik het blad kennen. Ik was dus al bezig met mode en wilde graag stage lopen bij een modeblad. Maar uit stageverslagen van studenten die stage bij bijvoorbeeld Elle of Cosmopolitan hadden gelopen, maakte ik op dat ze daar niet echt veel vrijheid kregen. Iedereen wil immers bij die bladen werken, dus mag je achteraan aansluiten. Textilia is een vakblad en is veel minder populair. Dat kwam mij goed uit, ik kwam zo makkelijk binnen en kon meteen meedraaien. En omdat ik in een kledingzaak werkte, kwam ik met ideeën waar de redactie zelf niet aan dacht. Dat kon zowel over mode als over CAO-regelingen gaan.’<br />
<span id="more-77"></span><strong><br />
En dat beviel zo goed, dat je mocht blijven?</strong><br />
‘Ja, maar ik had daar helemaal niet op gerekend, hoor. Zowel op mijn middelbare school als op de School voor Journalistiek deed ik altijd braaf mijn best. Ik was daarom van plan om na mijn afstuderen een jaartje te lantefanteren. En toen belde Textilia met de vraag of ik vakredacteur jeans wilde worden. Ik was nog niet eens afgestudeerd. Ik heb er even over nagedacht en de knoop doorgehakt. Dat het een functie rondom jeans betrof, gaf de doorslag. Jeans is de meest vooruitstrevende, jonge hoek van de mode en daar voel ik me thuis.’</p>
<p><strong>Uit welk onderdeel van je werk haal je de meeste voldoening?</strong><br />
‘De modebeurzen. Twee keer per jaar vinden de Bread &amp; Butter beurzen plaats. Dat zijn buitenlandse beurzen waar echt iedereen uit de modewereld te vinden is. Alle nieuwe contacten en ideeën doe ik daar op. Na een Bread &amp; Butter hebben we als redactie voor een half jaar onderwerpen. Ik ben ook verantwoordelijk voor twee jeanspecials die we jaarlijks rondom de beurs uitgeven. Daarmee begint alle voorpret. Als ik eenmaal op de beurs loop en terug zie waarover we hebben geschreven, krijg ik het gevoel dat ik in mijn werk terug krijg wat ik erin steek.’</p>
<p><strong>Zelfs na twaalf keer blijft die beurs boeien?</strong><br />
‘Ja, absoluut. Mode verandert steeds, daar is het mode voor. Het is steeds in ontwikkeling en dus is er steeds volop nieuws. Elk seizoen is het afwachten wat er gaat gebeuren. Ik bespreek ontwikkelingen altijd met mijn trendwatcher en ik vind het steeds weer spannend om daarheen te gaan. Ik ben steeds weer benieuwd wat hij nu weer gaat zeggen. Die nieuwsgierigheid en spanning blijft. Ook na zes jaar. Maar daarvoor moet je wel echt geïnteresseerd zijn in mode. Anders ben je zo uitgekeken.’</p>
<p><strong>En de lezers? Hoe zorg je ervoor dat je, los van de trends, als blad blijft verrassen?</strong><br />
‘Door te proberen om steeds iets origineels te bedenken. En dat kunnen best dingen zijn die andere bladen ook toepassen. De Nederlandse modewereld is net een dorp, het ons-kent-ons-gehalte is erg hoog. Ideeën als een gasthoofdredacteur of een doorgeefinterview passen prima in Textilia.’</p>
<p><strong>Krijgen jullie veel reacties van lezers?<br />
</strong>‘Ja, de mensen waarover we schrijven zijn ook onze lezers. Als er iets niet klopt, hoor je dat dus meteen. Dat maakt het werken voor een vakblad soms lastiger dan mensen denken. Maar wanneer het wel lukt om een goed idee goed uit te werken, krijgen we ook veel positieve reacties. En dat geeft dan weer een kick.’</p>
<p><strong>In welke mate haal je voldoening uit het schrijven?</strong><br />
‘Schrijven is ook belangrijk. Dat was voor mij de reden om voor de School voor Journalistiek te kiezen. Als klein meisje maakte ik al hele tijdschriften. Maar het gaat om het totaalplaatje. Ik schrijf het liefst over onderwerpen die dicht bij mezelf staan. Zo was het ook bij mijn eerste stage bij het Leidsch Dagblad. Ik woonde in het gebied waarover ik schreef en al dat plaatselijke nieuws had direct betrekking op mij. Dingen die ik op verjaardagen hoorde, kon ik gebruiken voor de krant. De binnenstad, daarentegen, intereseerde me totaal niet. En dat terwijl de stadsredactie de meest gewilde redactie was om voor te schrijven, haha. Mode houdt me ook in mijn vrije tijd bezig en die feeling heb ik nodig om goed te kunnen werken. Het is misschien een luxe om over je eigen interesses te kunnen schrijven, maar ik heb het nodig. Alleen dan krijg ik er energie van.’</p>
<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/rositavanderkwaak_2.jpg" title="rositavanderkwaak_2.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/rositavanderkwaak_2.jpg" alt="rositavanderkwaak_2.jpg" title="rositavanderkwaak_2.jpg" align="right" border="0" /></a><strong>Waarin verschilt de Rosita die in 2002 bij Textilia begon van de Rosita van nu?</strong><br />
‘Ik weet nu natuurlijk meer over mode dan toen ik begon. Dat heeft me zekerder gemaakt. Het komt soms voor dat adverteerders boos opbellen, omdat ze het oneens zijn met iets in het blad. Vroeger kon ik daar een dag van in de war zijn. Nu trek ik het me niet meer persoonlijk aan en leg ik uit dat ze maar een advertentie moeten plaatsen als ze hun eigen verhaal in het blad willen hebben. Ik ben ook zakelijker geworden. In het begin stapte ik overal onbevangen en gezellig op af. Mijn hoofdredacteur vond dat ook mijn kracht, omdat ik zodoende makkelijker dingen los kreeg bij mensen. Maar die onbevangenheid is er een beetje af. Dat heeft vast te maken met ouder worden. Ik ben wat gereserveerder en het hoeft niet altijd gezellig te zijn. Ik vind de mensen in de modebranche heel leuk, maar ik vind het ook leuk om na een dag werken weer naar huis te gaan.’</p>
<p><strong>Welke dingen heb je moeten leren toen je bij Textilia begon. En wie heeft je dit geleerd?</strong><br />
‘Invalshoeken verzinnen die interessant zijn voor de doelgroep. Ik moest echt leren om de vertaalslag naar de lezer te maken. Textilia is bedoeld voor mensen met kennis van mode. Een onderwerp mag dus niet te algemeen zijn. Mijn toenmalige hoofdredacteur Nancy Berendsen heeft me daarin goed gecoacht. Van haar heb ik ook geleerd om wat relaxter te doen. Vooral tijdens modebeurzen ging ik in het begin door tot ik bijna flauwviel. Ik dacht dat ik iedereen moest spreken en niets mocht missen. Nancy leerde me om zo’n beurs in perspectief te zien waardoor ik besefte dat de wereld niet vergaat als ik een keer iets oversla.’</p>
<p><strong>Is je schrijfstijl ook ontwikkeld?</strong><br />
‘Ja, ik schrijf van mezelf best zakelijk. Dat mocht allemaal wel iets losser en dat heb ik geleerd tijdens een cursus Creatief Schrijven. Daar leerde ik dat niet elk woord in een tekst informatief hoeft te zijn. Het mag ook leuk of sfeervol zijn. Om te oefenen schreef ik berichtjes over bijzaken op mijn hyves-profiel. Het weblog dat we op onze site hadden, was voor mij ook een goede oefening om los te schrijven. Daar mocht het allemaal wat uitdagender en leuker dan in het blad. Nu ik iets losser ben gaan schrijven, let ik tijdens interviews ook meer op sfeer en bijzaken. Een pand of de manier waarop iemand met personeel omgaat, kan ook veel over een bedrijf of persoon zeggen.’</p>
<p><strong>Wanneer vind jij een artikel goed?<br />
</strong>‘Het moet vlot geschreven zijn, personen moeten tot leven komen en je moet de sfeer kunnen proeven, zonder dat dit er te dik bovenop ligt. Bij de beste artikelen zit sfeer en vaart tussen de regels. Bij een interview houd ik ervan als het een eerlijk, open en sfeervol gesprek is, zonder teveel pr-praat.’</p>
<p><strong>Kleding is in jouw branche het onderwerp van gesprek. Heeft dat invloed op je eigen kledingkeuze?</strong><br />
‘Ja, ik denk altijd bewust over na. Op een beurs, bijvoorbeeld, moet kleding natuurlijk praktisch zijn. Maar ik zorg er ook voor dat ik me wat terughoudend kleed. De nadruk moet niet op mij liggen, het gaat immers niet om mij. En als ik iemand van bijvoorbeeld G-star interview, doe ik dat niet in een G-starbroek. Liever trek ik een broek van de concurrent aan om de geïnterviewde uit de tent te lokken. In de modewereld zien ze meteen wat je aan hebt. Die reacties zijn soms leuk voor in het verhaal.’</p>
<p><strong>Hoe maak je notities tijdens het interviewen?</strong><br />
‘Ik heb nooit met bandjes gewerkt. Het uitwerken duurde me te lang en je moet altijd maar hopen dat je geen uur ruis hebt opgenomen. Lange tijd schreef ik mee, maar nu tik ik meteen mee op een laptop.’</p>
<p><strong>Hoe is dat ontstaan?<br />
</strong>‘Ik ben ermee begonnen tijdens het telefonisch interviewen. We werken op de redactie met headsets en dan heb je tijdens het bellen twee handen vrij. Die ben ik gaan gebruiken om meteen mee te tikken. Dat beviel zo goed, dat ik het nu ook tijdens face-to-face-gesprekken doe. Sommige geïnterviewden kijken raar op als ik mijn laptop openklap, maar het werkt uitstekend. Ik heb mijn aantekeningen meteen digitaal en kan het zo heel snel uitwerken. Een interview waar collega’s een halve dag over doen, omdat ze het hele gesprek moeten afluisteren, heb ik in anderhalf uur af.’</p>
<p><strong>Laat je je artikelen voor publicatie aan geïnterviewden lezen?<br />
</strong>‘Ja, zeker als ze erom vragen en tegenwoordig gebeurt dan bijna standaard. Ik zeg er altijd bij dat ze alleen op feitelijke onjuistheden mogen reageren. Soms krijg ik dan alsnog compleet herschreven artikelen terug, maar dan mail ik gewoon terug dat ik de wijzigingen niet kan vinden. Het is een spelletje en waarbij je soms een compromis sluit. Maar uiteindelijk ben en blijf ik de journalist.’</p>
<p><strong>Waar zien we je over vijf jaar? Rosita van der Kwaak, hoofdredacteur Textilia?</strong><br />
‘Nee, het hoofdredacteurschap trekt mij niet zo. Het lijkt me niet echt leuk om bezig te zijn met de financiën en het managen van een blad. En ik ben sinds kort moeder waardoor ik niet meer dan vier dagen per week wil werken. Als hoofdredacteur kan dat eigenlijk niet. Wat ik dan over vijf jaar doe? Ik weet ik niet precies. Misschien werk ik nog bij Textilia. Misschien ben ik wel freelancer voor verschillende bladen. Columnist lijkt me ook leuk en ik zou ook een boek willen schrijven. En ik geloof erg dat online journalistiek de toekomst heeft, dus het kan ook zijn dat ik daar in verder ga. Ik zie wel.’Site: <a href="http://www.textilia.nl" target="_blank">www.textilia.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/spijkerbroeken-blijven-spannend/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>De tasjes van Westerterp</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/de-tasjes-van-westerterp/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/de-tasjes-van-westerterp/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Apr 2009 16:27:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/de-tasjes-van-westerterp/</guid>
		<description><![CDATA[In je dankwoord tijdens de uitreiking van de Aad Struijs Prijs gaf je aan het belangrijk te vinden om als hoofdredacteur ook te blijven schrijven. Waarom vind je dat belangrijk?
‘Omdat ik het goed vind om mijn hoofd te blijven breken over de manier waarop je een verhaal kunt vertellen. Tijdens het schrijven, maar ook daarvoor, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/marjoleinwesterterp_klein.jpg" style="display: none" title="marjoleinwesterterp_klein.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/08/marjoleinwesterterp_klein.jpg" alt="marjoleinwesterterp_klein.jpg" /></a><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>In je dankwoord tijdens de uitreiking van de Aad Struijs Prijs gaf je aan het belangrijk te vinden om als hoofdredacteur ook te blijven schrijven. Waarom vind je dat belangrijk?</strong><br />
‘Omdat ik het goed vind om mijn hoofd te blijven breken over de manier waarop je een verhaal kunt vertellen. Tijdens het schrijven, maar ook daarvoor, kom je hobbels tegen. Wat wil ik precies vertellen? Hoe doe ik dat? Wat is belangrijk en wat kan weg? Door daar als hoofdredacteur mee bezig te blijven, kan ik beter meedenken met redacteuren. Daarbij vind ik het voor de uitstraling en toon van het blad ook goed wanneer de hoofdredacteur meeschrijft. Een hoofdredacteur heeft toch een beetje een voorbeeldfunctie.’ </font></span><br />
<span id="more-72"></span><br />
<span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>De jury roemde je reportage onder andere vanwege de opzet. Je had gekozen voor een indeling als film waarbij je de reis in acht scènes vertelt. Hoe ben je op die invalshoek gekomen?<br />
</strong>‘Het idee om het verhaal zo te vertellen, ontstond op de reis zelf. Het voelde namelijk echt als een rare film waarin ik was beland. Ik kon mezelf door die aanpak precies zo neerzetten zoals ik het daar ervoer; als raar mens tussen een veelheid aan indrukken. Je hoeft jezelf natuurlijk niet altijd op de voorgrond te zetten, maar in dit geval vertelde het precies het juiste verhaal. Ik vind het bedenken van bijzondere invalshoeken erg belangrijk. Je geeft daarmee net een andere draai aan een onderwerp en dat verrassen, dát is je taak als blad.’</font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Maar die invalshoeken worden toch gewoon bepaald door de organisatie van de persreizen waar je onderdeel van uitmaakt?</strong><br />
‘Ik ga bijna nooit mee met persreizen. We krijgen bij Zin en Felderhof zo’n honderd aanbiedingen per jaar, maar we selecteren altijd alleen dat wat echt leuk, echt bijzonder of echt verrassend is. En dan bel ik op om te zeggen dat ik niet meewil met het reguliere programma. Waarom niet? Omdat die trips niet representatief zijn. Je scheurt dan in een uur langs alle hotspots terwijl een vakantieganger dat nooit op die manier zal doen. Ik trek dus mijn eigen plan en bedenk, soms ter plekke, mijn invalshoeken.’</font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Hoe maak je aantekeningen op reis?</strong><br />
‘Ik houd een dagboek bij met de bestemming als onderwerp. Interviews neem ik op tape op en ik heb altijd een kladblokje bij me. Ik verzamel ondertussen alle folders en boekjes die ik tegenkom. Al die informatie stop ik in een plastic tasje en zo organiseer ik mijn reizen. Ik heb wel honderd tasjes staan, allemaal van een andere bestemming.’ </font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>En hoe werk je een tasje uit tot een prijswaardig verhaal?</strong><br />
‘Ik laat een verhaal altijd bezinken. Minimaal een week, maar vaak ook langer. Soms schrijf ik een verhaal zes maanden na thuiskomst. Ik begin door mijn tasje van het desbetreffende land erbij te pakken. Vervolgens ga ik weer door alle aantekeningen en andere verzamelde bladen, folders, briefjes en foto’s heen. Ik maak een collage van die informatie, maar begin dan meestal nog niet met schrijven. Ik ben een Deadline Pusher, dus ik stel het echte schrijven nogal eens uit. Ik broed ondertussen wel op het verhaal en denk na over wat ik wil vertellen en hoe ik dat het beste kan doen. Dat denken gebeurt overal en zo kan het gebeuren dat ik in de auto zit en opeens de kop en intro bedenk.’ </font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Hoe schrijf je?</strong><br />
‘Ik begin met de kop en intro, daarna schrijf ik alles op wat ik wil zeggen. Dan eindig ik altijd met veel te veel woorden. Door te schrappen, maak ik het verhaal korter en spannender. Ik houd daarbij steeds in mijn achterhoofd wat ik nu precies wil vertellen. Het uitschrijven van de eerste versie kost me zo’n zes uur en ik wil dat altijd het liefst in één keer doen. Als dat eenmaal is gebeurd en ik weet dat het verhaal staat, laat ik het liggen om er de volgende dag met een frisse blik naar te kijken. Dat maakt het schrappen ook makkelijker, omdat ik dan meer afstand heb en beter kan zien wat overbodig is. Het opnieuw wegdromen en herbeleven tijdens het uitwerken, het schrijven en schrappen, vind ik het leukst aan het maken van reisverhalen.’</font></span></p>
<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/marjoleinwesterterp2.jpg" title="marjoleinwesterterp2.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2009/04/marjoleinwesterterp2.jpg" title="marjoleinwesterterp2.jpg" alt="marjoleinwesterterp2.jpg" align="right" border="0" /></a><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Zes uur aan een stuk doorwerken, dat lijkt me als hoofdredacteur van twee bladen lastig in te plannen.<br />
</strong>‘Klopt, daarom schrijf ik meestal in het weekend. Dat betekent wel dat ik een gebroken weekend heb, maar dat is nu eenmaal de prijs die ik betaal voor het maken van reisverhalen. Toch zit ik ook veel te dralen, hoor, als ik moet schrijven. Dan weet ik dat ik het af moet maken, maar begin ik toch niet. Ook omdat ik weet dat als ik eenmaal begin, ik niet meer kan en wil stoppen. Dat vooruitschuiven gaat nooit over, ook al is het zonde van mijn tijd. Maar misschien is het ook wel ergens goed voor. Misschien is het wel nodig om het verhaal te laten rijpen.’</font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Zit je wel eens vast in een verhaal?</strong><br />
‘Zelden. En als het gebeurt, komt het omdat ik steeds word onderbroken. Zo herinner ik me een verhaal over Zuid-Afrika. Ik kreeg het niet geschreven. Het lukte niet. Ik heb toch iets ingeleverd, ook al was ik niet tevreden. Achteraf kwam het doordat ik veel te druk was. Ik kon geen tijd vinden om er echt lang aan te zitten en schreef dus steeds een uurtje, wanneer dat kon. Toen ik, later, wel de rust had om alles te overzien, zag ik pas wat ik had moeten doen om het verhaal goed te vertellen. Stom, stom, stom. Maar ik heb er wel van geleerd dat je echt de tijd moet nemen om stil te staan bij een verhaal, wil je het goed vertellen.’ </font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Waaraan voldoet een goed reisverhaal?</strong><br />
‘Het moet duidelijk zijn dat er is nagedacht over de manier waarop je een veelheid aan indrukken wilt presenteren. Dus niet ‘en toen, en toen, en toen’. Er moet logica in de opbouw zitten. Daarnaast vind ik het belangrijk dat het een positief verhaal is. Je moet als lezer zin krijgen om naar die plek te gaan waarover je leest. Natuurlijk zal het bij veel mensen alleen bij dromen blijven, maar juist daarom moet de lezer de reis in zijn hoofd kunnen beleven. Is een reis niet leuk of niet bijzonder? Schrijf er dan niet over. Wat heb ik aan een zuur verhaal? In een column kan ik daar nog om lachen, maar in een reisverhaal vind ik dat niet gepast.’</font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Hoe zorg je er als (reis)journalist voor dat je thuiskomt met die informatie die verrast of overtuigt?</strong><br />
‘Door door te zetten. Een goed verhaal komt niet vanzelf. Er zijn journalisten die gewoon goed kunnen schrijven, maar verder geen moeite doen. Dat haat ik. Je moet willen verrassen, je moet willen werken. Als je de informatie niet krijgt die je nodig hebt, zoek je verder, net zolang tot je het hebt. Ik heb tijdens een reis in Nieuw-Zeeland het hotelpersoneel om hulp gevraagd, omdat ik een Maori zocht met een geheel, traditioneel getatoeëerd gezicht. En die vond ik. Dat is geen toeval, maar het resultaat van gefocused zoeken naar iets waarvan je weet dat het bestaat.’</font></span></p>
<p><font face="Georgia"><strong>Hard werken in ver land waar anderen vakantie te vieren. Hoe zorg je ervoor dat je dan toch geniet?</strong><br />
‘Allereerst door te beseffen dat het maken van een reisverhaal iets anders is dan vakantie vieren. Het is werk en soms gaat er daardoor veel langs je heen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je er niet van kunt genieten. Soms zit ik op een terrasje, in het buitenland, me bewust te zijn van de situatie waarin ik verkeer. Ik zit daar maar mooi wel, op dat terras.’</font></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Is de reisjournalistiek met de jaren veranderd?</strong><br />
‘Ja, de werkdruk is hoger, er is minder tijd om een verhaal te maken en er is minder geld. Vroeger had je grote redacties en kon een journalist vier weken op reportage. Tegenwoordig is het motto vaak: tempo, tempo. Dat komt de kwaliteit vaak niet ten goede. Jammer, want het leven is al zo snel en gejaagd. Het zou fijn zijn om mensen af en toe achterover te laten leunen met een diepgravend verhaal. Maar het snelle werken heeft ook voordelen. Het dwingt journalisten om te kiezen. Niet meer heel San Francisco beschrijven, maar alleen een bepaalde wijk. Het selecteren van de juiste, kleine dingen is ook een sport.’</font></span></p>
<p><span style="font-family: Verdana"><font face="Georgia"><strong>Hoofdredacteur van twee bladen, winnaar van de Aad Struijs Prijs, regelmatig op reis voor je werk. Staat er verder nog iets op je verlanglijstje?<br />
</strong>‘Ja, ik hoop zo’n bijzonder verhaal tegen te komen dat ik er een boek over kan schrijven.’ Ik ben twee keer in m’n leven heel dicht bij echt bijzondere mensen geweest. Ik zie het verhaal, maar heb het nog niet geschreven. Ooit… En ik blijf zoeken. Ik geloof dat er nog genoeg verhalen bestaan die verteld moeten worden.’</font></span></p>
<p><font face="Georgia">Sites:<br />
<a href="http://www.zin.nl/zin" target="_blank">www.zin.nl/zin</a><br />
<a href="http://www.felderhof-magazine.nl/home.html" target="_blank">www.felderhof-magazine.nl/home.html</a></font></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2009/04/01/de-tasjes-van-westerterp/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title></title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/71/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/71/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Oct 2008 09:24:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Binnenkort]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/71/</guid>
		<description><![CDATA[
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/71/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Kennis is macht</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/kennis-is-macht/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/kennis-is-macht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Oct 2008 08:46:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/kennis-is-macht/</guid>
		<description><![CDATA[
Jij wilde als kleine jongen al muziekjournalist worden?
‘Nee hoor, ik ben al wel van jongs af aan erg geïnteresseerd in muziek, maar het kwam nooit in me op dat je daar je geld mee kon verdienen. Ik heb netjes de bibliotheekacademie gevolgd en belandde op een kantoor. Dat beviel helemaal niet. Werken voor een baas [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/robert2.jpg" title="robert2.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/robert2.jpg" alt="robert2.jpg" style="display: none" /></a></p>
<p><strong>Jij wilde als kleine jongen al muziekjournalist worden?</strong><br />
‘Nee hoor, ik ben al wel van jongs af aan erg geïnteresseerd in muziek, maar het kwam nooit in me op dat je daar je geld mee kon verdienen. Ik heb netjes de bibliotheekacademie gevolgd en belandde op een kantoor. Dat beviel helemaal niet. Werken voor een baas die ook nog van je verwacht dat je tussen negen en vijf aanwezig bent; het was niks voor mij. Ik heb er geen enkel bezwaar tegen om in een drukke periode 70 uur per week te werken, maar wel omdat ík daartoe besloten heb. Uit die onvrede over mijn baan en mijn fascinatie voor muziek, vloeide het idee voort om om freelance over muziek te gaan schrijven.’<br />
<span id="more-65"></span><br />
<strong>En toen?</strong><br />
‘Toen moest ik vanaf nul beginnen. Ik schreef al wel voor een blaadje van een plaatselijk radiostation, maar had verder geen opleiding tot journalist gevolgd. Met vallen en opstaan ben ik begonnen. Een van de eerste bladen waarvoor ik schreef was, jawel, Metalshot. Ik verstuurde mijn artikelen per post en deze werden vervolgens door een licht dyslectische jongen overgetikt. De eindredactie bestond er dus uit dat mijn verhalen met meer fouten geplaatst werden dan in mijn eigen versie stonden.’</p>
<p><strong>Toch ben je niet bij het niveau van Metalshot blijven steken. Hoe ben je verder gekomen?<br />
</strong>‘In het begin deed ik dus maar wat, maar ik was wel kritisch op mezelf. Ik wilde echt leren. Wat me enorm geholpen heeft, was mijn beslissing om me bloot te stellen aan een omgeving waar professionele eisen aan mijn verhalen gesteld zouden worden. Via via ben ik zo in 1996 bij het Algemeen Dagblad terechtgekomen. De eerste stukken die ik daar inleverde, kwamen echt vol doorhalingen retour. Zeker in het eerste half jaar was dat doorbijten, maar ik heb daar nooit moeilijk over gedaan. Ik wilde leren.’</p>
<p><strong>En wat heb je geleerd?</strong><br />
‘Onder andere om de lezer meteen bij z’n lurven te grijpen. Bij een verhaal in de krant is het belangrijk dat de lezer bij de eerste zinnen wordt gegrepen. Vaak zit er een crux in een interview, een moment waarom de rest eigenlijk draait. Ik stopte dat vaak in de een-na-laatste alinea, terwijl je er juist mee moet beginnen. Een tweede les was schrappen, hoe moeilijk dat ook is. Sommige journalisten weten heel veel of denken veel te weten. Ze stoppen dat allemaal in een tekst met als resultaat een topzwaar verhaal dat niet leuk is om te lezen. En dat is uiteindelijk toch enorm belangrijk in de muziekjournalistiek: hetgeen je schrijft moet leuk zijn om te lezen.’</p>
<p><strong>Hoe schrap je dan?</strong><br />
‘Ik probeer de situatie terug te halen en ga na wat mij het meest is bijgebleven. Op welk moment in het gesprek veerde ik op? Dat is het meest belangrijk en zo weet ik welke passages wegkunnen.’</p>
<p><strong>Bestaan er manieren om met leuke verhalen thuis te komen?</strong><br />
‘Ja, ik denk het wel. Je kunt een interview gewoon als vraag-antwoord-gesprek opschrijven, maar ik heb ook altijd oog voor de omgeving en de omstandigheden. Ik kom immers back-stage, in hotels en kleedkamers waar de lezer niet komt. Van dat wat daar gebeurt, wil ik iets overbrengen. Hoe zit iemand erbij? Hoe is zijn lichaamstaal? Hoe praat iemand? Een gebeurtenis zegt soms meer dan een heel gesprek. David Coverdale van Whitesnake praat bijvoorbeeld enorm bekakt, terwijl hij een heel gewone jongen is. Een gewone jongen die zich aristocraat waant en zo is gaan praten. Dat zegt veel over die man.’</p>
<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/robert1.jpg" title="robert1.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/robert1.jpg" title="robert1.jpg" alt="robert1.jpg" align="right" height="223" width="329" /></a><strong>Als popjournalist heb je onherroepelijk te maken met artiesten die al vele malen zijn geïnterviewd. Hoe ga je hiermee om?</strong><br />
&#8216;Soms heb ik geen keuze en moet ik het doen met de situatie zoals die is. Na afloop van Round Table gesprekken (gesprekken waarbij een artiest tegelijk door een aantal andere journalisten interviewt wordt) staat m’n tape regelmatig vol met geneuzel, omdat een Duitse journalist wilde weten in welke toonsoort een B-kantje uit 1967 is opgebouwd. Door tijdens zulke momenten oogcontact te zoeken met de artiest en vragen te stellen die hout snijden, probeer ik er nog iets van te maken. Maar de meeste Round Tables zijn gewoon verschrikkelijk.&#8217;</p>
<p><strong>En wat doe je als je de dertiende journalist bent die op een dag een inmiddels vermoeide artiest mag interviewen? Hoe onderscheid je je van die twaalf die je voor waren?<br />
</strong>&#8216;Door te laten doorschemeren dat ik mijn huiswerk heb gemaakt. Dat lukt lang niet altijd. Maar als ik laat zien dat ik echt belangstelling heb en letterlijk weet waar iemand vandaan komt, wil dat het ijs nogal eens breken. Dat doe ik niet op een slijmerige manier, ofzo. Ik laat gewoon subtiel blijken dat ik weet wat ze gedaan hebben. Vooral bij oudere artiesten merk ik dat ze het op prijs stellen wanneer ze zien dat ik op de hoogte ben van hun invloeden en eerdere werk. Als ze merken dat hun verhaal in de juiste context valt, vertellen ze vaak veel meer details.&#8217;</p>
<p><strong>Dat betekent dus goed voorbereiden?</strong><br />
&#8216;Ja, ik vind voorbereiding erg belangrijk. De mensen die ik interview, zijn vaak al heel lang bezig en ze zijn daar trots op. Ik neem ze daarin serieus. Bij een groot verhaal draai ik dus uren muziek en lees ik veel over desbetreffende artiest of band. Ik probeer niemand te paaien, maar geloof wel in het spreekwoord dat je met honing meer vliegen vangt dan met azijn. Met oprechte belangstelling en goede vragen zijn zelfs de meest lastige artiesten te interviewen.&#8217;</p>
<p><strong>Zoals? Welke ontmoeting met schiet er nu direct door je hoofd?</strong><br />
&#8216;Ritchie Blackmore (oud-gitarist van Deep Purple en Rainbow). Hij staat bekend om zijn zwartgallige karakter en zijn talent om met iedereen ruzie te maken. Maar ik beschouw hem ook als één van de beste gitaristen van de wereld, net onder Jimi Hendrix. Hij intrigeerde me enorm en midden jaren negentig kreeg ik daadwerkelijk het aanbod om hem in Duitsland te interviewen. Het gesprek zou aan het begin van de avond plaatsvinden en als Ritchie Blackmore het leuk vond, kon het de hele avond doorgaan. Maar als hij het niks vond, kon het vrij snel weer afgelopen zijn. Toen wist ik dat ik hem moest overdonderen met wat ik van hem weet.&#8217;</p>
<p><strong>En toen?</strong><br />
&#8216;Toen heb ik drie dagen in de voorbereiding gestoken. Op zijn nieuwe plaat, uit die tijd, hoorde ik oude rock ’n roll themaatjes die hij ooit, nog onder een andere naam, op een paar singeltjes had gebruikt. Ik heb lijntjes getrokken tussen dat oude en nieuwe werk. Toen ik hem daarmee in de eerste vijf minuten van het gesprek confronteerde, was hij volledig om. We hebben tot diep in de nacht zitten praten en hij heeft zelfs nog een uur gitaar voor me gespeeld. Ik kon hem alles vragen. Met zes kantjes vol vragen heb ik dat dus ook gedaan.&#8217;</p>
<p><strong>Hoe kom je op ideeën voor verhalen?</strong><br />
&#8216;Voor een deel ben ik afhankelijk van platen die uitkomen, want dan zijn artiesten bereikbaar voor interviews. Maar ik kom natuurlijk ook zelf op ideeën. Het idee voor mijn boek Vinylfanaten had ik al langer. Vooral omdat ik zelf muziek verzamel, maar ik werd ook geprikkeld door de documentaire Vinyl (waarin filmer Alan Zweig laat zien welke weinig vrolijkmakende invloed verzameldrift kan hebben op platenverzamelaars). Ik realiseerde me na het zien van die film dat de verhalen soms in je eigen omgeving voor het oprapen liggen. Ik kende de gesprekken immers ook van verzamelaars die hun collectie boven hun vriendin verkiezen. Zulke verhalen wilde ik neerzetten en dat mocht best scherp. Het hoefde niet te gezellig te worden. Verder haal ik ook ideeën van internetfora. Je kunt daar goed peilen hoe er over muziek gedacht, geschreven en gepraat wordt. Een erg goede site is <a href="http://" target="_blank">www.stevehoffman.tv</a>. Daar wordt op een goed niveau over muziek gesproken. Dat inspireert mij.&#8217;</p>
<p><strong>Waar haal je verder je inspiratie vandaan?</strong><br />
‘Uit de Engelse muziekbladen Q, Mojo en Record Collector. Vanaf de cover tot de laatste pagina nodigen ze uit tot het kopen en luisteren van muziek. Je krijgt er echt trek van.’</p>
<p><strong>Is dat ook jouw doel met jouw verhalen?</strong><br />
‘Deels, maar ik wil lezers niet zozeer platen laten kopen. Ik wil ze enthousiast maken. Ik wil de mensen en de muziek waarover ik schrijf tot leven laten komen. Het mooiste vind ik het wanneer iemand na het lezen van mijn artikel, denkt ‘de volgende keer wanneer ik die en die plaat opzet, heeft deze meer diepgang.’ En dan kom ik weer terug op het beschrijven van een situatie, want daardoor komt een artiest vaak mooi tot leven. En daar streef ik naar.’</p>
<p><strong>Je zit inmiddels bijna twintig jaar in het vak. Wat had je twintig jaar geleden willen weten wat je nu weet?<br />
</strong>‘Dat het niet allemaal zo keurig en binnen de lijntjes hoeft. Ik heb dit jaar Dave Mustaine van Megadeth geïnterviewd en in dat interview immiteert hij een vrouwelijk geslachtsdeel met een tros bananen. Vroeger had ik dat niet durver te gebruiken, bang om wat mensen ervan zouden denken. Straks vonden ze mij nog een perverseling, ofzo. Nu opende en eindigde ik het artikel met die bananen. Ik ben veel losser en denk vaker ‘Fuck it, ik schrijf het gewoon op.’ Die losheid had ik eerder willen hebben. En ik had eerder willen weten hoe belangrijk een accountant voor je kan zijn.’</p>
<p><strong>Hoe bedoel je?</strong><br />
‘In de eerste jaren deed ik mijn eigen belanstingaangiftes. Pas na een paar jaar kwam ik er achter dat ik allerlei kortingen misliep. Mijn start als freelancer was daardoor moeilijker dan eigenlijk nodig was. Ik heb mijn administratie toen ondergebracht bij een goede accountant die de schade met terugwerkende kracht heeft kunnen herstellen. Nederland is nog steeds geen land dat freelancers en andere zelfstandigen erg gunstig gezind is. Ik kan dus iedereen aanraden die voor zichzelf begint: ga in zee met een goede accountant of boekhouder. Het bespaart je veel geld. En tijd. Het is iets dat ik veel eerder had moeten doen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/kennis-is-macht/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Strijken is schrijven</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/strijken-is-schrijven/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/strijken-is-schrijven/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Oct 2008 08:46:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/strijken-is-schrijven/</guid>
		<description><![CDATA[
Wat doe je precies voor De Groene Amsterdammer?
‘Ik schrijf op freelancebasis uiteenlopende artikelen voor het blad. Mijn hoofdportefeuille is Den Haag.’
Hoe geef je hier vorm aan?
‘Het is niet zo dat De Groene mij opdrachten geeft. Dat gaat in samenspraak en veel van de onderwerpen draag ik zelf aan. Ik zie het als mijn taak om [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/aukje1.jpg" title="aukje1.jpg"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/10/aukje1.jpg" alt="aukje1.jpg" style="display: none" /></a></p>
<p><strong>Wat doe je precies voor De Groene Amsterdammer?</strong><br />
‘Ik schrijf op freelancebasis uiteenlopende artikelen voor het blad. Mijn hoofdportefeuille is Den Haag.’</p>
<p><strong>Hoe geef je hier vorm aan?</strong><br />
‘Het is niet zo dat De Groene mij opdrachten geeft. Dat gaat in samenspraak en veel van de onderwerpen draag ik zelf aan. Ik zie het als mijn taak om in de gaten te houden wat er in Den Haag gebeurt. Soms dwingt de actualiteit me tot een bepaald artikel. Als Verdonk en Rutte ruzie maken, moet je daar iets mee doen. Soms komt een artikel voort uit iets waaraan ik me erger, zoals een artikel dat ik schreef over privacy. Soms is het een combinatie. Toen Rita Verdonk haar nieuwe partij lanceerde, had ik me net verdiept in partijfinancieringen en was daarbij een paar vreemde punten tegengekomen. Dat was hét moment om daar iets mee te doen.’<br />
<span id="more-61"></span><br />
<strong>Hoe ga je te werk als je een onderwerp hebt?</strong><br />
‘Dat ligt er aan. Ik zoek vaak dingen op in de bibliotheek of op Google. Daar is inmiddels ook enorm veel te vinden. Misschien niet meteen het antwoord op je vraag, maar wel waar je die wel kunt vinden. Ik houd van een brede vraagstelling, omdat je dan dingen tegenkomt waarvan je het bestaan niet wist. En dingen die je niet wist, kun je ook niet vinden. Ik lees, bel of zoek in het weekend nog verder. Het nadenken over een verhaal, het broeden, gebeurt ook in het weekend. Maandag is mijn schrijfdag. Tenzij dat door omstandigheden niet lukt.’</p>
<p><strong>Wat gebeurt er op die maandag?</strong><br />
‘Het trechteren van alle informatie doe ik gaandeweg, maar maandag moet alles op papier komen. Het is elke keer weer spannend of het lukt. Het bedenken van de opbouw en structuur van een verhaal gaat de ene keer beter dan een andere keer. Bij mij hangt het af van de kop. Zolang ik die niet heb, weet ik niet welke kant ik op wil. Omdat ik niet kan stilzitten en nadenken, ga ik vaak strijken om mijn gedachte te ordenen.’</p>
<p><strong>Pardon?</strong><br />
‘Ja, vooral in de winter werkt dat prima. Ik krijg het op die manier lekker warm en tijdens het strijken valt vaak het kwartje. Dan weet ik hoe ik moet beginnen en wat ik wil zeggen. Mijn strijkplank staat express dicht bij mijn computer.’</p>
<p><strong>Heb je, voordat je gaat strijken, je vergaarde informatie al geordend?</strong><br />
‘Ja. Ik geef al mijn pagina’s met aantekeningen een nummer en zet vervolgens letters bij verschillende thema’s. Tijdens interviews gebruik ik grote A4-collegeblokken waarvan ik alleen de rechterpagina gebruik. De linker is dan vrij om later aantekeningen op te maken. Zo breng ik orde aan die nodig is om te schrijven. Soms maak ik de opzet voor het verhaal in mijn hoofd, soms op een vel. Dat moet dan wel een leeg vel zijn, het liefst één waarvan op de achterkant al iets is geprint. Dat is allemaal bijgeloof.’</p>
<p><strong>En dan? De was is gestreken, je zit achter de computer. De cursor knippert op een lege pagina.<br />
</strong>‘Ik wil altijd met de kop beginnen. Soms heb ik hem al voordat ik ga zitten. Soms niet. Als het niet lukt om een kop te bedenken, begin ik met de intro waaruit dan toch echt de kop moet voortkomen. Als de kop en intro staan, concentreer ik me op de eerste zinnen. Daarmee probeer ik de lezer toch opnieuw het verhaal in te trekken. Vervolgens probeer ik de ene zin logisch op de andere te laten volgen. De ene keer gaat dat moeizamer dan de andere keer. Schrijven is dan ook denken. Schrijver E.M. Forster heeft ooit gezegd: ‘Hoe kan ik nou weten wat ik denk? Dan weet ik toch pas als ik schrijf?’ Dat houd ik mezelf dan maar voor.’</p>
<p><strong>Schrijf je in één keer door?</strong><br />
‘Ik loop weleens weg van de computer. Dreutelen noem ik dat. Dan zit ik vast en ga ik even op mijn balkon zitten, geef de planten water of zet het strijkijzer weer aan. Het verhaal mist dan nog logica en eenheid. Nadenken over het vervolg van het stuk en de naderende deadline zorgen ervoor dat ik toch weer verder moet en dus ga. Er zijn journalisten die in één keer alles op papier gooien en dan gaan ordenen. Ik metsel steen voor steen aan mijn verhaal. Ik houd niet van vuile tekst en heb dus ook geen flarden tekst onder mijn artikel hangen. Alles moet schoon zijn.’</p>
<p><strong>Wat doe je als je tekst af is?</strong><br />
‘Dan print ik het uit en laat ik het mijn partner lezen. Die kriebelt altijd nog ter zaken doende opmerkingen in de kantlijn. Dat verschilt van spelfouten tot onduidelijke argumenten. Met die aantekeningen en weer een frisse blik, rond ik het artikel op dinsdagochtend af. Ik kan het stuk ook dinsdag ’s middags inleveren, maar ik stel er eer in, en maak er een wedstrijd van om het voor tienen te verzenden. Als de eindredactie binnenkomt bij De Groene Amsterdammer, ligt mijn artikel in hun mailbox.’</p>
<p><strong>Zijn er woorden die, volgens jou, bijna altijd uit een tekst kunnen?</strong><br />
‘Plastic woorden, zoals de Duitse taalkundige Uwe Pörksen ze noemt. Dat zijn woorden als management, communicatie en proces. Het zijn inwisselbare, lege woorden. Je kunt schrijven het management van het communicatieproces, maar ook het proces van het communicatiemanagement. Ook woorden zoals en toen en bijvoeglijke naamwoorden kunnen vaak weg. Het regent heel hard, nou, het regent hard is ook duidelijk. Verder is een lijdende zin niet altijd erg. Sommige mensen hebben een hekel aan het woord wordt, maar bij een zin als ik word geleefd, is dat toch echt wat er moet staan. Schrijven is, zeker dan, geen wet van Meden en Perzen.’</p>
<p><strong>Welk wijze raad ben je nooit vergeten? </strong><br />
‘Blijf onafhankelijk. Dat drukte mijn toenmalige hoofdredacteur Cas van Houtert me op het hart toen ik voor de krant een jaar naar Den Haag vertrok. Ik denk dat hij ermee bedoelde dat ik zelf moest blijven nadenken en kijken. Zo heb ik het in elk geval opgevat. Niet meegaan met de waan van de dag. Niks is namelijk makkelijker dan een minister naar beneden schrijven of bejubelen, omdat dit de trend is. Ik probeer me er nog steeds aan te houden.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/10/28/strijken-is-schrijven/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Geen gelul</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/04/11/journalist-piet-hein-gons-interview/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/04/11/journalist-piet-hein-gons-interview/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Apr 2008 07:48:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/04/11/journalist-piet-hein-gons-interview/</guid>
		<description><![CDATA[Hoe bereid je een interview voor?
‘Zo min mogelijk. Ik vind het het prettigst om onbevangen een gesprek in te gaan, omdat ik geloof dat de geïnterviewde in een onbevangen setting andere dingen vertelt dan bij een standaard vraaggesprek. Ik heb ook geen vragenlijst bij me. Natuurlijk weet ik voorafgaand aan het interview globaal wat iemand [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/05/piethein.jpg" title="Piet Hein"><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/05/piethein.jpg" alt="Piet Hein" style="display: none" /></a><a href="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/05/piethein.jpg" title="Piet Hein"></a></strong><strong>Hoe bereid je een interview voor?</strong><br />
‘Zo min mogelijk. Ik vind het het prettigst om onbevangen een gesprek in te gaan, omdat ik geloof dat de geïnterviewde in een onbevangen setting andere dingen vertelt dan bij een standaard vraaggesprek. Ik heb ook geen vragenlijst bij me. Natuurlijk weet ik voorafgaand aan het interview globaal wat iemand heeft gedaan, maar ik heb verder geen punt waar ik wil uitkomen. Dat vertel ik ook wanneer ik begin. Afhankelijk van de sfeer en de dingen die gebeuren, vraag ik door of laat ik dingen liggen. Een interview is een momentopname, geen verhoor. Ik probeer de geïnterviewde zo te benaderen zoals ik zou doen wanneer we een avond in de kroeg zouden zitten.’<br />
<span id="more-82"></span><br />
<strong>Hoe zorg je er dan voor dat het gesprek boeiend genoeg wordt om na te vertellen?<br />
</strong>‘Door goed op te letten. Het moment waarop het interessant wordt, komt altijd. Vroeg of laat. Door goed te luisteren, voel ik aan waarover iemand meer of juist minder kwijt wil. Ik merk het aan de manier waarop iemand praat of juist zwijgt. Vaak zijn het de waarom-vragen die aanzetten tot nadenken. Op een niet geforceerde manier hoop ik zodoende langs de belangrijkste thema’s te komen.’</p>
<p><strong>Neem je het interview op?<br />
</strong>‘Ja, altijd. Ik gebruik een ouderwetste tape-recorder die ik prominent neerzet. Bij Reclameweek was er soms geen tijd om alles van band uit te werken, toen maakte ik vaak alleen aantekeningen. Sinds ik freelance neem ik alle interviews op en noteer ik tijdens het gesprek niets meer. Het leidt af. De geïnterviewde denkt dat je niet goed luistert of dat hij niets interessants zegt, omdat je even niets opschrijft.’</p>
<p><strong>Hoe begin je een interview?<br />
</strong>‘Het is allereerst aan mij om de geïnterviewde op z’n gemak te stellen. Als dat het geval is en er vooral geen beladen sfeer hangt, begint het gesprek meestal vanzelf. Bij de interviews in NL gebeurt dat vaak naar aanleiding van een uit te komen film, boek of cd. Daaromheen stel ik vragen die ik leuk zou vinden om te lezen. En daarin kan ik heel ver gaan.’</p>
<p><strong>Hoe bedoel je?<br />
</strong>‘Veel interviewers houden zich aan een bepaalde grenzen. Dingen die daar buiten vallen, zijn vragen die je niet hoort te stellen. Ik voer juist het liefst een direct, intiem en persoonlijk gesprek. Maar wel in een sfeer waarbij de geïnterviewde zich op zijn gemak voelt. Ik hoop dat mensen zodoende ontdooien waardoor er iets gebeurt. Dat vind ik het leukst en opmerkelijke wendingen neem ik ook mee in het gesprek. Wim T. Schippers begon een keer middenin een antwoord over een konijntje dat hij zag lopen. Een model zette mijn recorder uit, omdat ze de vragen niet serieus genoeg vond. Ik neem dat mee in het uitwerken, omdat het iets over iemand zegt.’</p>
<p><strong>Hoe werk je vervolgens uit?<br />
</strong>‘Als het kan, laat ik er een dag tussen zitten voordat ik begin met uitwerken, zodat het gesprek nog wat kan inzinken. Vervolgens werk ik aan mijn bureau de hele band, woord voor woord uit. Dat is dus echt een kwestie van luisteren, terugspoelen, nog een keer luisteren en de antwoorden zo letterlijk mogelijk, dus met euh, en ah, opschrijven. Na twee tot twee en een half uur heb ik dat gedaan en heb ik een tekst van 5000 woorden. Dat moeten er 1300 worden. Als een soort Lego zoek ik in de tekst de bouwstenen waarmee ik een logisch lopend gesprek kan maken. Omdat ik tijdens het interview al probeer om een echt gesprek te voeren, is mijn beginvraag ook meestal het begin van de tekst. Het komt zelden voor dat ik de volgorde van vragen verander.’</p>
<p><strong>Hoe kijk je na?<br />
</strong>‘Ik lees het hele artikel van het beeldscherm twee keer goed over om de fouten eruit te vissen. Vervolgens check ik alle namen. Het is uiteindelijk mijn werk om een zowel inhoudelijk als taaltechnisch foutloos interview af te leveren. Ik wil dat het eraan af te lezen is dat ik mijn best heb gedaan.’</p>
<p><strong>Laat je het interview nog aan de geïnterviewde lezen?<br />
</strong>‘Ja. De jongste acteurs met net één bijrol in Goede Tijden Slechte Tijden vragen voorafgaand aan het interview al of ze het nog te lezen krijgen. Je ontkomt er bijna niet meer aan. Vroeger mailde ik de tekst met een standaard zin waaruit duidelijk werd dat ze alleen opmerkingen over feitelijke onjuistheden konden maken. Nu laat ik dat weg. Het is een gesprek waar we samen bijwaren en ik heb alles zo letterlijk mogelijk vertaald in tekst. Het komt zelden voor dat iemand zich daarmee gaat bemoeien.’</p>
<p><strong>Wat is het belangrijkste tijdens interviewen?<br />
</strong>‘Luisteren. En dat hoor of lees je eigenlijk nooit. Praten en het allemaal uiteindelijk opschrijven is ook belangrijk, maar luisteren komt echt op de eerste plaats. Veel interviewers zijn te druk met zichzelf. Twijfels als ‘heb ik me wel goed voorbereid, kan ik dit wel vragen, staan een natuurlijk gesprek in de weg.’</p>
<p><strong>Hoe zou je je stijl omschrijven?<br />
</strong>‘Mijn stijl is direct. Maar dat was het niet vanaf het begin. Tien jaar geleden gebruikte ik nog allemaal bijvoegelijke naamwoorden om te laten zien hoeveel woorden ik kende. Nu staat er veel minder gelul en onzin in mijn interviews en breng ik alles met een meer relativerende toon. Uiteindelijk moeten mensen het gewoon leuk vinden om te lezen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/04/11/journalist-piet-hein-gons-interview/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Mister Ode kent geen grenzen</title>
		<link>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2007/05/02/mister-ode-kent-geen-grenzen/</link>
		<comments>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2007/05/02/mister-ode-kent-geen-grenzen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 May 2007 19:42:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2008/05/02/mister-ode-kent-geen-grenzen/</guid>
		<description><![CDATA[Ode heeft een missie. Boven ieder colofon is te lezen hoe het opinietijdschrift gelooft in en publiceert over vooruitgang en mensen die het verschil maken. Tot dusver het hokje waarin Ode zich verder niet wenst te plaatsen. ‘Ode is breed. Als je al een samenvatting kunt geven, draait het in ons blad om mogelijkheden en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/wp-content/uploads/2008/04/ode_jurriaankamp1.jpg" alt="ode_jurriaankamp1.jpg" style="display: none" />Ode heeft een missie. Boven ieder colofon is te lezen hoe het opinietijdschrift gelooft in en publiceert over vooruitgang en mensen die het verschil maken. Tot dusver het hokje waarin Ode zich verder niet wenst te plaatsen. ‘Ode is breed. Als je al een samenvatting kunt geven, draait het in ons blad om mogelijkheden en een positieve benadering’, aldus oprichter Jurriaan Kamp, zittend aan de grote ovale tafel in zijn werkkamer in Mill Valley, een dorpje op tien minuten rijden van de Golden Gate Bridge.<br />
<span id="more-53"></span><br />
Tot 1994 werkte Kamp als chef economie bij NRC Handelsblad. ‘Een mooie krant, vond en vind ik nog steeds.’ En een mooie tijd. ‘Ik ging geen dag met tegenzin naar mijn werk. Maar ik had moeite met de manier waarop de dagelijkse journalistiek vooral bericht over dingen die verkeerd gaan.’ Bij het lezen van de krant besteedt Kamp om die reden het minst aandacht aan de voorpagina. ‘Daar staan relatief de meeste negatieve berichten. En aangezien we nu in de meeste veilige tijd ooit leven, vind ik die scheve verhoudingen verwonderlijk. Als je de krant gelooft, leven we in een doodenge wereld.’</p>
<p>Gevoed door deze verbazing kwam Kamp samen met zijn vrouw Hélène de Puy in 1994 op het idee van Ode. Tijdens een zomeravond in Frankrijk besloten ze afstand te nemen van het cynisme om hen heen. Ode zou een tijdschrift worden dat bericht over vooruitgang en mogelijkheden. ‘Misschien blinde naïviteit’, mompelt Kamp. Maar wel een idee dat beklijfde. ‘De volgende ochtend vonden we het nog steeds een goed idee en zijn we aan het werk gegaan.’</p>
<p>In februari 1995 kon Kamp zijn eerste Ode vasthouden. Een stevig tijdschrift met als thema ‘Arbeid en Geluk’. Dat de Ode in het Nederlands verscheen is een klein wonder. ‘De formule van Ode is internationaal. Ik wilde het eigenlijk meteen in het Engels uitbrengen om zodoende een groter publiek te bereiken.’</p>
<p>Een persoonlijk marktonderzoekje veranderde dat plan. ‘Om de vraag naar Engelstalige media te onderzoeken ben ik langs drie boekenwinkels gegaan om te kijken of de Nederlandse of originele Engelse druk van het willekeurig gekozen boek (Megatrends 2000) meer verkocht.’ Kamp verwachtte, aangezien de doelgroep van het boek hoog opgeleiden waren, dat de originele Engelse druk meer in trek zou zijn. ‘Maar de Nederlandse uitgave verkocht meer. We besloten Ode dus eerst maar in het Nederlands uit te brengen.’</p>
<p>De wens van Kamp om Ode Engelstalig aan een veel groter publiek te presenteren, was daarmee niet van de baan. ‘De verhalen in Ode zijn niet plaatsgebonden. Wanneer een school in Sydney met een goed idee komt, kunnen ze daar ook in Alkmaar iets van leren.’ Een ander pluspunt van een Engelstalige markt is het vinden van onderwerpen. ‘De kans dat je goede initiatieven tegenkomt is gewoon groter als je een groter gebied aanboort.’</p>
<p>Met die gedachte besloot Kamp in 2003 een Ode-kamp in Amerika op te slaan. In Mill Valley aan de rand van San Francisco werkt de 10-koppige redactie sinds januari van dat jaar aan Ode. Als de redactie in Rotterdam de computers uitgaan, begint de dag in de heuvels van Californië. ‘Het is soms zwaar, het gaat maar door. Maar dat heeft ook iets moois. Ode is nooit dicht.’ De Nederlandse en Engelse Ode zijn inhoudelijk vrijwel gelijk. Verhalen worden over en weer door vertaald en geredigeerd. ‘Dankzij mobiele telefonie, conference calls en e-mail lukt het om alles, ondanks het tijdverschil, aan elkaar te plakken.’</p>
<p>Californië was een bewuste keuze van Kamp. ‘Dit is de plek waar de meeste vernieuwing in de wereld plaatsheeft. Of je nu kijkt naar onderwijs, gezondheidszorg of techniek. Hier werken mensen keihard aan vooruitgang. In Californië worden de mensen opgeleid voor de wereld waarover Ode schrijft.’</p>
<p>Een perfect klimaat voor Ode en dat merkt Kamp meteen wanneer hij in Californië over straat loopt. ‘De mentaliteit is hier vele male positiever dan in Nederland. Ik hoef in San Francisco niet uit te leggen waarom Ode er moet zijn.’ Natuurlijk heeft hij ook voldoende aan te merken op zijn nieuwe thuisland. ‘Amerikanen zijn misschien oppervlakkig. Maar ik hoor liever oppervlakkig dat het leuk is wat we maken dan een diepgegronde twijfel.’</p>
<p>Dertien jaar na het mooie idee van Kamp en zijn vrouw, ligt Ode o.a. in de Nederlandse boekenketen Ako en het Amerikaanse Barnes &amp; Noble. Wie met KLM vliegt, vindt Ode in het leesvak bij zijn voeten. Maar Kamp wil meer. ‘We hebben nu een oplage van 130.000. In de komende drie jaar moet dat verdrievoudigd zijn.’ Geen onhaalbaar plan, denkt Kamp. ‘In Amerika wonen tien miljoen potentiële Ode-lezers. De stap naar 300.000 is reëel.’ Ode komt nu nog in twee talen uit, maar ook daar hoeft het volgens Kamp niet bij te blijven. ‘Daar komen mogelijk nog andere talen bij.’</p>
<p>Waar de vaandeldrager van een optimistische opinietijdschrift zelf zijn positieve karakter aan te danken heeft, vindt Kamp moeilijk te verklaren. ‘Ik kan alleen de vraag terugstellen. Waarom zijn anderen het niet? Heb je ooit een pessimistisch kind gezien? Iedereen wordt optimistisch geboren. Gaandeweg raken we teleurgesteld en geven mensen het op.’</p>
<p>Kamp hoort niet bij die groep. Ook niet toen het in de eerste jaren met hangen en wurgen lukte om de rekeningen te betalen en hij elke zes weken op een neer vloog tussen Amerika en  Nederland om zijn blad aan te sturen. ‘Uiteindelijk wil ik een bijdrage leveren. Alleen dat geeft echte voldoening.’ Wanneer Kamp hoort over een project tegen malaria dat dankzij aandacht in Ode meer geld ontvangt, weet hij weer precies waarvoor hij het doet.</p>
<p>Ode Nederland is inmiddels winstgevend, maar de Engelse uitgave moet zich nog bewijzen. Tijd om achterover te leunen is er voor Kamp nog niet. ‘Thuis, boven mijn bureau hangt een foto van Marianne Timmer, genomen op het moment waarop ze ziet dat ze opnieuw Olympisch kampioen is geworden. Alle druk valt van haar af. Die foto inspireert me om door te zetten. Als ik hier de redactie oploop terwijl de zon naar binnenschijnt, voelt het alsof ik al een stukje van de race heb gewonnen.’</p>
<p>Oplage Nederlandse Ode: 30.000<br />
Oplage Engelse Ode: 100.000<br />
Kosten Nederlandse Ode: € 7,75<br />
Kosten Engelse Ode: $ 4,95<br />
Website: www.ode.nl / www.odemagazine.com</p>
<p>Dit artikel is eerder verschenen in De Journalist.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.aanhetwoord.com/journalistiek/2007/05/02/mister-ode-kent-geen-grenzen/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>

